Historische feiten over de islamitische veroveringen

Aangezien het tegenwoordig in Amerikaanse schoolboeken bijna een stelregel is om islamitische feiten te verdraaien, kan het leerzaam zijn om een van die aspecten die regelmatig vervormd wordt weergegeven te onderzoeken, namelijk de islamitische veroveringen.
Weinig gebeurtenissen in de geschiedenis [van 632 tot circa 750] zijn zo goed gedocumenteerd als de islamitische veroveringen die na de dood van Mohammed begonnen. Grote delen van de oude wereld — van India in het Oosten tot Spanje in het westen, werden gedurende deze periode veroverd. [daarna gingen de veroveringen verder met bv. de Ottomaanse veroveringen].

De islamitische veroveringen zijn vanuit primaire bronnen grondig gedocumenteerd. Belangrijk is dat het overgrote deel aan primaire bronnen van vrome en betrouwbare islamitische geleerden komen.
De meest gezaghebbende boeken betreffende de islamitische veroveringen zijn de volgende:

Ibn Ishaq (overleden 767) Sira (Leven van Mohammed),
Waqidi (overleden 820) Maghazi (Militaire campagnes),
Baladhuri (overleden 892)
Futuh al-boeldaan (Veroveringen der Naties);
Tabari (overleden 923)
Tarikh al Rusul wa al-Muluk, (“Geschiedenis van profeten en koningen”), met 40 delen in de Engelse vertaling.

Tezamen verwoorden deze boeken een bekent verhaal: dat Allah de meest perfecte religie voor de gehele mensheid heeft en dat Allah aan de moslims en Mohammed als laatste profeet het bevel heeft gegeven om de islam over de aarde te verspreiden.
Opgemerkt moet worden dat hedendaagse niet-islamitische boeken, de feiten van de veroveringen bevestigen. Bijvoorbeeld de geschriften van de christelijke bisschop van Jeruzalem Sophronius (overleden 638), of de kronieken van de Byzantijnse historicus Theophanis (overleden 758), maken duidelijk dat moslims datgene veroverd hebben, wat vandaag de ‘moslimwereld’ genoemd wordt.
Volgens islamitische historische overleveringen wenste de meerderheid van het volk van de oude wereld, zich niet te onderwerpen aan het mohammedanisme en zijn sharia-recht. Zij vochten terug maar uiteindelijk werden ze toch verslagen en onderworpen aan de islam.
Na Mohammeds overlijden in 632 vonden in Arabië zelf, de eerste grote wrede veroveringen plaats. Veel stammen hadden slechts in theorie, de islam als hoogste autoriteit aanvaard. Echter, Mohammeds opvolger en eerste kalief, Abu Bakr, moest hier niets van hebben en riep op tot een jihad tegen deze apostaten. In Arabië bekend als de “Ridda oorlogen” (ofwel oorlogen tegen afvalligen). Volgens de bovengenoemde historici, werden tienduizenden Arabieren met het zwaard omgebracht tot hun stammen zich opnieuw aan de islam onderwierpen. De Ridda oorlogen eindigden ongeveer in het jaar 634.
Om te voorkomen dat de Arabische moslims onderling ruzie gingen maken, lanceerde de volgende kalief Omar, meer islamitische veroveringen: Syrië werd in 636 veroverd, Egypte in 641 en Mesopotamië en het Perzische Rijk werden in 650 veroverd. In de 8e eeuw werden alle Noord-Afrikaanse landen, Spanje en de landen van Centraal-Azië en India ook onder islamitische heerschappij gebracht. Eeuwen later, deels door de handel, kwamen Indonesië en Somalië daar nog bij.
De islamitische overleveringen worden gekenmerkt door constante oorlogvoering, die ‘normaal’ gesproken als volgt gaan: Moslims migreren naar een nieuw gebied en bieden de bewoners drie keuzes:

1) onderwerpen ofwel bekeren tot de Islam;
2) leven als tweederangs burgers of “dhimmis,” speciale belasting betalen en de inhumane kleinerende sociale verschillen te aanvaarden;
3) vechten tot de dood.

Veel schoolboeken in Amerikaanse klaslokalen suggereren of ten minste impliceren dat de meeste mensen die zich bekeerden tot de Islam dat zonder dwang deden. Volgens deze schoolboeken kwamen mensen tot bekering via vreedzame contacten met handelaren en kooplui, zonder te wijzen op de veroveringen, de vernederingen, dwang, tweederangs sociale status en extra belastingen. Om onder deze inhumane behandeling uit te komen wilden deze mensen zich tot de islam bekeren. Maar een deel van het volk werd de bekering door het kalifaat geweigerd. Zij moesten de zware belastingen opbrengen en werden niet als gelijke behandeld.
Terwijl Amerikaanse leerboeken de islamitische veroveringen verdoezelen, worden er in klaslokalen van de islamitische wereld, de veroveringen niet alleen als een ’vanzelfsprekendheid’ onderwezen, maar zelfs verheerlijkt: De snelheid en daadkracht van de veroveringen worden regelmatig voorgesteld als bewijs dat Allah wel degelijk bestaat en in feite aan de kant van de moslims staat (en zal voortduren zolang moslims hun gemeenschappelijke plicht van jihad voeren).
Ook het woord Jihad dat onlosmakelijk met veroveringen verbonden is, wordt in de Amerikaanse leerboeken als zodanig ontkent. Het woord jihad is door de eeuwen heen gebruikt in de betekenis van een gewapende oorlogvoering namens de islam. Echter, in de afgelopen jaren hebben Amerikaanse studenten de Sufi interpretatie van jihad geleerd. Soefi’s maken misschien één procent van de islamitische wereld uit en worden vaak als ketters gezien vanwege hun afwijkende interpretaties. Zij portretteren jihad als een “spirituele-strijd” tegen iemands ondeugden.
Vergelijk deze definitie van jihad met die van een vroege versie van de eerbiedwaardige Encyclopaedia of Islam. De inleidende zin verklaart, “de verspreiding van de islam met wapens is voor moslims een algemene religieuze plicht… Jihad moet doorgaan totdat de hele wereld onder de heerschappij van de islam valt… islam moet volledig heersen voordat de doctrine van jihad [oorlogvoering ter verspreiding van de islam] kan worden opgeheven.”
Ook de historische islamitische veroveringen weerspiegelen vaak de doctrinaire verplichtingen die in de theologische teksten vastgelegd zijn — de Koran en Hadith. Moslim historici rechtvaardigen de acties van de vroege islamitische indringers door de bevelen van de jihad, gevonden in de islamitische geschriften, naast elkaar te leggen.
Ook moet er opgemerkt worden dat de islamitische veroveringen door moslims worden gezien als handelingen van altruïsme [menslievendheid of onbaatzuchtigheid]: De veroveringen worden aangeduid als futuh, wat letterlijk betekent “openingen” — dat wil zeggen dat de veroverde landen “geopend” worden voor het licht van de islam om de ongelovige inwoners te introduceren en te begeleiden. Dus voor de moslims is er betreffende de veroveringen geen spijt, excuses of schaamte; Islamitische veroveringen worden gezien als een weldaad voor degenen die veroverd werden.
Tot slot zijn de feiten over de islamitische veroveringen absolute feiten. De minder indrukwekkende aspecten van de westerse en christelijke geschiedenis, zoals de Inquisitie en de verovering van Amerika worden wél regelmatig in Amerikaanse schoolboeken onderwezen. Dus moeten ook de islamitische veroveringen onderwezen worden zonder verontschuldiging of angst voor politiek incorrectheid. Dit is vooral zo omdat het over gebeurtenissen gaan dat de neiging heeft zichzelf te herhalen, vooral wanneer deze worden ontkent of verbloemd.
http://www.meforum.org/3182/history-muslim-conquests