Militanten

isis-cubs-mass-execution

Koran:47:4
Maar als Allah het had gewild dan kon hij hen ook zelf  straffen (zonder uw hulp). Maar hij laat u vechten om u te testen. Degenen die omkomen op de weg van Allah, hun daden zullen niet voor niets zijn geweest.’’

Koran:8:72
De ongelovigen steunen elkaar. Degenen die de islam aanvaarden en hun huizen verlaten voor de strijd van Allah zijn goede moslims.’

Ishaq: 538
Allah zegent de gedode martelaren bij Mu’ta. Wij zijn een beschermd volk aan wie Allah zijn boek heeft geopenbaard, een boek dat uitblinkt in heerlijkheid en glorie. Onze verlichte geesten bedekken de onwetendheid van de anderen. Ze zouden nooit beginnen aan een dergelijke barbaarse onderneming.”

Ishaq:289 en Muslim: B19N4395
”Mohammed bereikte Mekka. Hij posteerde Zubayr aan zijn rechterflank, Khalid aan zijn linker. De profeet in het midden van een groot contingent aan strijders zonder ijzeren bekleding. De boodschapper van Allah zei: ‘Zie je de schurken en de nederige volgelingen van de Quraysh?’ Hij gaf aan met een veeg van de ene hand over de andere hand dat zij gedood moesten worden. En dus vertrokken wij met de opdracht diegene te doden die we wilden doden. Niemand van ons zou enige tegenspraak willen bieden. Dan [de onlangs “bekeerde”] Abu Sufyan zei: Boodschapper, het bloed van de Quraysh is erg goedkoop geworden. De profeet zei: “Doodt allen die in de weg staan.”

Ishaq:380
We vielen hen aan met kracht, met moord, met klappen van alle kanten. Als de vrouwen hun oorlogsvlag niet hadden gegrepen dan hadden we hen als vee op de markt verkocht.”

Ishaq:380
De moslims werden ingezet om tegen de mekkanen te strijden, vele moslims werden gedood. Het was een testdag waarmee Allah verscheidene met het martelaarschap vereerden.”

Bukhari:V4B52N276
We zagen Mekkaanse vrouwen met enkelsieraden. Dus we riepen: ‘ de buit! O moslims, de buit! Waar wachten we nog op! Wij gingen naar de heidenen en verzamelde ons aandeel van de buit.”

Tabari VII:120
Wanneer de profeet door de vijand overweldigd werd zei Hij; Wie wil voor mij zijn leven geven?”

Bukhari:V4B52N70
Sommige mensen dronken alcohol in de ochtend voor aanvang van de slag om Uhud en werden gemarteld op dezelfde dag.”

Ishaq:383
‘Misschien zal Allah ons het martelaarschap geven.’ Dus ze namen hun zwaarden en rende naar voren om zich tussen het leger te mengen. Een werd gedood door de Mekkanen, de ander door een  mede moslim die de ander niet wist te erkennen. Één van de vaders van een vermoordde jongeman geconfronteerd Mohammed en zei: ‘Door uw bedrog is mijn zoon van zijn leven berooft, dat mij groot verdriet heeft gebracht.”

Tabari VII:120
Moge Allah’s intense woede zich tegen diegene keren die het gezicht van zijn profeet hebben bebloed.” “Ik heb nooit eerder zo gesmacht om te doden als naar het doden van Mekkanen.”

Ishaq:386
Onze doden zijn in het paradijs; uw doden zijn in de hel.”

Ishaq:389
Toen de apostel huis kwam gaf hij zijn zwaard aan zijn dochter Fatima, zeggende, ‘ was het bloed van het zwaard, dochter, want door Allah heeft het zwaard mij goed gediend vandaag.”

Koran:3:124
Mohammed: “Is het voor jullie dan niet genoeg dat de Heer jullie gaat versterken met drieduizend engelen? En als jullie volhardend en godvrezend zijn en zij komen op jullie afrennen, dan zal Allah jullie versterken met vijfduizend  engelen.”

Ishaq:396
Ik beloof u de overwinning op uw vijand. U veroverd hen met het zwaard, dood hen met mijn toestemming. Maar toen liep u weg van uw opdracht en ongehoorzaamde mij en betwistte de boodschap van mijn profeet. Hij vertelde de boogschutters te blijven zetten. Maar ik liet uw de verleiding zien; de Mekkaanse echtgenotes en de buit. U wenste de buit in plaats van het bevel te volgen om te vechten. Alleen diegenen die hebben gevochten voor de godsdienst waren niet in overtreding door achter de buit aan te gaan. Allah verweet de huichelaars voor het weglopen en het ongehoorzaam zijn wanneer er opgeroepen wordt.”

Ishaq:515
De apostel van Allah omsingelde de laatste [Joodse] gemeenschap van Khaybar totdat ze het niet langer konden uithouden. Toen ze er zeker van waren dat ze zouden omkomen vroegen ze Mohammed hen te verbannen om hun levens te sparen, en dat deed hij; de profeet nam al hun eigendommen in beslag.”

Tabari VIII:76
Urwah ging naar de profeet. ‘Mohammed, vertel me over het vermoorden van uw eigen stamleden – heeft u ooit eerder gehoord dat iemand zijn eigen volk vernietigde?’

Tabari VIII:76 en Ishaq:502
Hij begon opnieuw tegen de profeet te spreken en raakte Zijn baard aan. Mughira, gekleed in gevechtsuitrusting stond met zwaard naast Hem. Toen Urwah zijn hand uitstak naar de baard van de profeet, sloeg Mughira met de onderkant van de schede tegen zijn hand en zei: ‘Neem uw hand weg van Zijn baard voordat u het verliest!’

Tijdens de periode van onwetendheid [vóór het mohammedanisme] had Mughira enkele mensen vergezeld en daarna gedood en beroofd. De apostel glimlachte alleen maar.”

Ishaq:503 en Tabari VIII:83
Op de dag van Hudaybiyah zwoeren we trouw aan de boodschapper. Het was een belofte tot in de dood.”

Ishaq:505
”Umar sprong op en naast Jandal lopende zei hij: ‘Wees geduldig. Ze zijn alleen heidenen, en het bloed van hen is niet meer dan dat van een hond!’ Umar hield het handvat van zijn zwaard dicht bij hem en zei, ‘Ik hoopte dat hij het zwaard zou nemen en zijn vader zou doden.’ “Maar Jandal was te gehecht aan zijn vader om hem te doden.”

Tabari VIII:93
In dit jaar stuurde de boodschapper een groep van veertig man op pad onder leidng van Abu Ubaydah. Zij reisde de hele nacht te voet en bereikte Qassah net voor zonsopgang. Ze overvielen de bewoners die vervolgens de bergen in vluchtte. Ze namen runderen en oude kleren.”

Tabari VIII:94
“In dit jaar ging een groep onder leiding van Zayd naar al-Is. Tijdens de aanval werden de eigendommen van Abu As’b meegenomen.”

Ishaq ; 451
Mohammed stuurde hem met een leger naar de nederzetting Fazarah. Hij ontmoette hen in Qura en bracht hen slachtoffers toe. Um Qirfah werd gevangen genomen, evenals haar dochters en Abdallah bin Mas’adah. ”

Ishaq 451
”Onder ons is de profeet van Allah voor wie wij bevelen uitvoeren. Wanneer hij een order geeft stellen wij verder geen vragen. De bezieling van Allah daalt op hem neer. Wij verlangen hem te gehoorzamen in alles wat hij wil. Werp de angst voor de dood van je af en verlang er naar. Wees diegene die zijn leven inruilt. Neem je zwaard en vertrouw op Allah. Met een sterk leger, bewapend met lansen en speren storten we ons in een mensenmenigte… en allen waren voorbestemd het kwaad te ontvangen.”

Ishaq 414
Als je ons dood, de ware godsdienst staat aan onze kant. Om in de waarheid gedood te worden is in de gunst van Allah komen. Als je denkt dat wij dwazen zijn, weet dan dat de mening van diegene die zich verzetten misleidend zijn. Wij zijn mensen van oorlog en gaan tot het uiterste. Wij brengen pijnlijke straffen toe aan diegene die zich verzetten en als je de profeet beledigd en dus een  vervloekte onbeschofte vent bent, dan zal Allah je doden.”

Tabari ;VIII;153
”Ik vraag aan de barmhartige genade voor een zwaardslag dat een grote wond maakt en waar het bloed uitspuit. En genade voor een dodelijke steek met een dorstig zwaard en een lans die door de ingewanden en de lever steekt. Mensen zullen zeggen wanneer zij mijn graf passeren; Allah begeleidde jouw op de juiste weg.”

Tabari ; VIII;141
”Wij gaven hun wat tijd tot hun kudde klaar was met grazen. Nadat zij de kamelen gemolken hadden en uitgerust waren, zette wij de aanval in. Wij doodde er enkele, dreven hun kamelen weg en kwamen terug.

Allah zond wolken uit het niets en het begon zo hard te stortregenen die niemand kon trotseren, en dus kwamen we weg met wat we van de stammen hadden meegenomen. De oorlogskreet van de manschappen van de Boodschapper was; Kill kill kill.”

Tabari ; VIII;117
Volgende morgen veroverde Allah het dorp Sa’b bin Mu’adh. Het was geen vesting maar wel rijk aan voedsel. Nadat de Profeet enkel nederzettingen had veroverd en hun eigendommen had toegeëigend bereikte zij de gemeenschappen van Watib en Sulalim, welke de laatse buurten waren die nog veroverd moesten worden. De belegering duurde dertien tot negentien dagen.”

Tabari VIII ;149
”Abdallah huwde een vrouw maar kon een huwelijkscadeau niet veroorloven. Hij ging naar de profeet en vroeg om raad. Hij zei; Ga de Jusham stam bespieden. Hij gaf me een uitgehongerde kameel en een kameraad mee. We gingen heen met pijlen en zwaarden. We naderde het kampement en zei tegen mijn kameraad; ‘Als je mijn Allahu akbar hoort schreeuwen en mij ziet aanvallen, moet je ook ’Allahu akbar” schreeuwen en aanvallen.”

Tabari VIII 150
”Toen hun leider Rifa`ah binnen mijn bereik kwam, schoot ik een pijl in zijn hart, besprong en onthoofde hem. Ik rende door het kamp en riep Allahu akbar! Wij verzamelden hun eigendommen zoveel wij konden, inclusief vrouw en kinderen. Wij reden weg met een grote kudde kamelen, veel schapen en geiten en bracht het naar de boodschapper. Ik bracht ook het hoofd van Rifa’ah mee. De Boodschapper gaf me 13 kamelen en ik kon mijn bruid tot me nemen.”

Tabari VIII ; 151
”De profeet zond Ibn Abi uit met een leger van 16 mannen. Zij bleven 15 nachten weg. Hun buit was 12 kamelen voor ieder. Elk kameel was 10 schapen waard. Toen de mensen die zij aanvielen vluchtte, namen de mannen 4 vrouwen mee. Eén daarvan was erg mooi en Abu Qatadah had haar als buit meegenomen. De Profeet zei; Geef haar aan mij. Dus zij werd aan de Profeet gegeven.”

Koran:8:72
Degenen die de islam aanvaarden en hun huizen verlaten om te strijden voor de zaak van Allah en degenen die hulp en onderdak geven, zijn elkaars medestanders.”

Tabari VIII:133
Een bende onder leiding van Bahir ging naar Yumn en maakte kamelen en schapen buit. Een slaaf die behoorde tot de Uyaynah ontmoette hen, en zij doodden hem.”

Tabari VII:19
Ze hebben de moed bij elkaar geraapt en erin toegestemd om te doden en te roven zoveel zij konden. Waqid schoot een pijl op Amr en doodde hem. Abd Allah en zijn kompanen namen de karavaan en de gevangenen mee terug naar de apostel van Allah in Medina. Dit was de eerste geroofde buit door de volgelingen van Mohammed.”

Ishaq:288
De Quraysh zeiden, ‘Mohammed en zijn metgezellen hebben de heilige maand geschonden, bloed vergoten, eigendommen in beslag genomen  en mannen gevangen genomen. Mohammed beweert dat hij gehoorzaamd aan de instructies van Allah, maar hij is de eerste die de heilige maand schendt en mensen vermoordt.”

Tabari VIII:171
Mohammed zei, ‘ O wee de Quraysh! Wanneer de apostel van Allah de Mekkanen op hun grondgebied verrast door gewapenderhand Mekka aan te vallen dan betekent dat de vernietiging van de Quraysh.”

Ishaq:576
De apostel van Allah zei, ‘als u Bijad in uw greep krijgt laat hem niet ontsnappen voordat hij iets kwaads verricht.”

Ishaq:560
Op de dag dat de profeet Mekka binnentrok verdreven wij de mensen en sloegen hen met onze zwaarden. Wij doorboorden hun lichamen en schoten met gevederde pijlen. Onze gelederen met lansen gingen gelijk op. We kwamen om te plunderen en deden wat we zeiden. Op deze dag van de angst verbonden we ons in het geloof aan de apostel.”

Tabari VIII:189
”Nadat de wapens waren overhandigt was het enkel nog maar de handen op de rug boeien om daarna de hoofden af te snijden of met het zwaard op de hoofden te slaan om hen te doden.’’

Tabari IX:64
”Hatim zei,’Adi, als je nog wat van plan bent om te doen voordat Mohammeds leger ons aanvalt, doe het dan nu want ik heb de vlaggen van zijn leger al gezien. Toen de islamitische ruiters de nederzetting verlieten namen ze Hatim’s dochter samen met anderen gevangen. Ze werden met de slaven van Tayyi naar de boodschapper gebracht. Hij zette haar, met nog meer gevangenen binnen een omheining voor de ingang van de moskee.”

Ishaq: 379
Toen zond Allah Zijn hulp aan de moslims en vervulde Zijn belofte. Zij doodde de vijand met het zwaard, totdat zij uitgeroeid waren en hun nederlaag een feit was.”

Muslim: B20N4678
‘Voordat de aanval op Uhud begon vroeg een moslim, ‘Boodschapper, waar zal ik zijn als ik wordt gedood?’ Hij antwoordde: ‘In het paradijs.’ De man vocht totdat hij werd gedood.”

Ishaq:379
Toen zond Allah Zijn hulp aan de moslims en vervulde Zijn belofte. Zij doodde de vijand met het zwaard. Toen de vijand van hun kamp afgesneden werden was er een nederlaag.”

Ishaq:375
”Kom hier jij zoon van een vrouwelijke besnijder.’Zijn moeder heette Um Anmar, een vrouwelijke besnijder uit Mekka. Hamza sloeg en doodde haar zoon.”

Muslim: B19N4413
“Toen de vijand bij Uhud de overhand kreeg, was de boodschapper met zeven helpers en twee emigranten over. Hij zei: ‘Wie van jullie hen tegenhoudt zal mijn metgezel in het paradijs zijn.’ Een helper vocht tot hij werd gedood. Opnieuw herhaalde Mohammed wat hij zei: ‘wie hen tegenhoudt zal mijn metgezel in het paradijs zijn.’ Ook een andere helper vocht tot hij werd gedood. Dit werd voortgezet totdat alle zeven helpers werden gedood, de een na de ander. De profeet zei tegen de moslims: ‘We hebben aan hen nog geen recht gedaan.”

Muslim:B19N4420
”De profeet wijst naar zijn voortanden en zegt: ‘Groot is de toorn van Allah tegen de mensen die dit de boodschapper van Allah hebben aangedaan. De Apostel zei: ‘Groot is de toorn van Allah naar die ik heb vermoord voor de zaak van Allah.”

Tabari VII:136 en Ishaq:383
“Tijdens de strijd om Uhud, vocht Quzman hard en moedig en doodde zeven tot negen polytheïsten met zijn eigen handen. Maar hij raakte zo ernstig gewond, dat hij door zijn kameraden moest worden afgevoerd. Zij zeiden: ‘verheug u, u heeft moedig gestreden.’ Hij antwoordde, ‘Waar heb ik voor gevochten?’ ”

Bukhari:V4B52N69
Dertig dagen lang smeekte Mohammed aan Allah om degenen te vervloeken die zijn metgezellen hadden vermoordt. Hij vroeg om vergelding voor de stammen die Allah en Zijn Apostel niet wilden gehoorzamen.”

Tabari VII:127
De boodschapper zei, ‘Hamzah wordt gereinigd door de engelen. Toen de engelen hem opriepen voor de strijd was hij in een staat van rituele onreinheid. Door te strijden hebben de engelen hem gereinigd.”

Ishaq:385
Hind [Mekkaanse vrouw die door Mohammeds strijders, haar vader, echtgenoot, zoon en broer verloor] stopte om de gedode moslims te verminken. Zij sneed hun oren en neuzen af totdat zij er genoeg had om er een halsketting of enkelband van te maken. Ze sneed het lichaam van Hamzah open om op zijn lever te kunnen kauwen en klom op een hoge rots en schreeuwde strijdlustige poëzie om ons te treiteren; ‘We hebben u terug betaald voor Badr. Een oorlog dat volgt op een oorlog is altijd gewelddadig. Ik kon het verlies van Utba, noch van mijn broer, oom of van mijn eerstgeboren zoon niet dragen. Ik heb mijn wraak geblust en aan mijn gelofte voldaan.”Umar [werd later de leider van de islamitische wereld] reciteerde de volgende verzen naar haar terug: ‘deze verachtelijke vrouw was brutaal, en handelde op basis van ongeloof. Moge Allah Hind vervloeken, zij met haar grote clitoris….Haar achterkant en haar genitaliën zijn bedekt met zweren als gevolg van te lang tijd op het zadel zitten. Nam u wraak wegens onze moord op uw man, zoon en vader? Wat een vuile daad van jou. Wee u Hind, een schande in de eeuwigheid .”

Tabari VII:133
”Toen Hamzah Mohammed zag, zei hij, ‘ als Allah me de overwinning op de Quraysh geeft zal ik dertig van hun mannen verminken!’ Toen de moslims de woede van de profeet zagen, zeiden zij: ‘Als we het van hen winnen, dan zullen we hen verminken op een manier die een Arabier nog nooit heeft gezien.”

Ishaq:391
De dag van Uhud was een testdag in het geloof. Hij stelde de huichelaars [vreedzame moslims] op de proef, zij die het geloof beleden met hun tong maar hun ongeloof in hun hart verzwegen. “En het was een dag waarop Allah degene met het martelaarschap vereerde wie hij wenste.”

Koran:3:141
Dit is zodat Allah de gelovige kan testen en de ongelovige kan  vernietigen.” [Een andere vertaling verkondigt:] “Allah’s doel is om zijn ware getrouwen te zuiveren en de ongelovigen te kwellen. Of dachten zij die zich inzetten en zich houden aan het geloof naar het paradijs konden gaan, al voordat Allah hen kende.”

Tabari VIII:116
Na zijn terugkeer uit Hudaybiyah, marcheerde de boodschapper van Allah verder naar Khaybar. Hij stopte met zijn leger in een vallei tussen de mensen van Khaybar en de Ghatafan stam om te voorkomen dat de laatste de Joden zouden bijstaan.”

Ishaq:500

De boodschapper zei, ‘Tegenspoed voor de Quraysh! Oorlog heeft hen verslonden! Welk lijden zou hen treffen als ze mij mijn gang lieten gaan. [Naast het roven van hun bezittingen, de bevolking terroriseren en doden?] Als de Arabieren mij verslaan is dat wat zij willen. Als Allah mij de Arabieren laat verslaan [niet redden?], kan de Quraysh zich massaal voor de islam [door overgave] openen. Ze kunnen ook vechten maar zolang Allah mij laat zegevieren en niet kom te overlijden zal ik niet ophouden tegen hen te strijden voor de missie die Allah mij heeft toevertrouwd.”

Ishaq:502

”Mohammed, je bracht een gemengde groep mensen samen met hetzelfde doel; hen te vernietigen. Ik zie zowel gerespecteerde mensen als gespuis die morgen willen deserteren. “Abu Bakr stond achter de apostel en zei, ‘Ga de clitoris van Al-Lat zuigen!”

Ishaq:503 Tabari VIII:82

Toen Mohammed het bericht ontving dat Oethman ibn Affan was gedood, zei hij, ‘We zullen niet weggaan voordat we het hebben uitgevochten.” Hij riep het volk op om trouw te zweren. De heraut verkondigde: mensen, zweer een eed van trouw! De Heilige Geest is neergedaald!'”

Ishaq:508 Tabari VIII:91
Abu Jandal ontsnapte aan zijn vader en sloot zich aan bij Abu Basir. Bijna zeventig moslimmannen hadden zich verzameld om de Quraysh te terroriseren. Wanneer zij hoorde over een karavaan richting Syrië, dan werd het onderschept en werd iedereen gedood die zij in hun greep kregen. Elke karavaan werd aan stukken gescheurd en de goederen meegenomen. Quraysh smeekte Mohammed ter wille van Allah en de band van verwantschap hen niet aan te vallen.”

Tabari VIII:93
In dit jaar ging een groep onder leiding van Zayd naar Jamum. Hij veroverde een vrouw van de Muzaynah, Halimah genaamd. Zij leidde hen naar een kampement van de Banu Sulaym waar zij runderen en schapen hielden en waar mensen in gevangenschap verkeerden.”

Tabari VIII:94
Een groep van 15 geleid door Zayd ging naar Taraf om de Banu Thalabah aan te vallen. De bedoeïenen vluchtte weg, uit angst voor de plannen die de boodschapper van Allah tegen hen had. Zayd nam twintig kamelen uit hun kuddes. Hij was vier nachten weg.”

Tabari VIII:97
De boodschapper benoemde Abu Bakr tot bevelhebber en we overvielen een aantal van de Banu Fazarah. Toen we in de buurt van een drinkplaats waren, beval Abu Bakr ons om uit te rusten. Na het ochtend gebed, beval Abu ons om een aanval tegen hen te lanceren. Bij de drinkplaats werden sommige van hen gedood. Er waren vrouwen en kinderen die ons bijna te snel af waren; dus stuurde ik een pijl tussen hen en de berg. Toen ze de pijl zagen stopte zij en ik leidde hen terug naar Abu Bakr. Onder hen was een vrouw van de Banu Fazarah. Ze droeg een versleten stukje leer. Samen met haar dochter waren zij de mooiste van de Arabieren. Abu Bakr gaf me haar dochter als buit.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.