Soera 69 de zekere realiteit

De enige zekere realiteit voor de moslim is de alles doordringende macht van de maangod Allah.

door Ibn Sufi al Kitab

De enige ‘zekere werkelijkheid’ voor de moslim is de islam. Dit betekent dat de moslim moet doen wat de koran zegt. Wanneer een individu, een volk of een natie de islam niet wilt volgen dan resulteert dat in een vernietiging. Deze soera stelt bijvoorbeeld dat de oude heidense Arabische stammen de ‘Ad en Thamud’ werden vernietigd omdat zij Zijn ‘tekenen’ of Zijn ‘waarheid’ hadden verworpen. De vernietiging van deze heidense volkeren dient als een waarschuwing aan anderen die de fout maken niet tot de cult van de maan te willen toetreden;

’’Wat is de enige werkelijkheid? Het volk deThamud werd door een overweldigende straf vernietigd. En ook het volk de Ad werd door een felle storm vernietigd. Ziet gij nog enige overblijfselen van hen?” [2,5,6,,8]

Dit is dus de ‘zekere werkelijkheid’.
De islam niet volgen betekent dat uw uitroeiing verzekerd is. De koran herhaald  meer dan 100 keer de nogal bizarre bewering dat niet islamitische rijken, staten of volkeren gedoemd zijn tot vernietiging, zoals het Faraonische Egypte die zich verzette tegen de islam. Ook de stam van Noach wordt in deze soera aangehaald als een waarschuwing aan iedereen die probeert aan het onvermijdelijke moment van onderwerping te ontkomen. Dit is nogal vreemd aangezien het hier gaat over Noach’s zondvloed, een oude overlevering van 12000 jaar van voor het ontstaan van de islam. Ook de geschiedenis van het Faraonische Egypte met de grote farao Ramses II dateert 1900 jaar van voor het ontstaan van de islamitische theologie. De ‘zekere realiteit’ is dus dat wanneer je de islam niet wilt aanhangen, je wordt vastgeketend, gestraft en gedood:

‘’Zij die het boek in hun linkerhand kregen zeiden: -Oh was dit boek maar niet aan mij gegeven – had de dood maar een einde aan mij gemaakt – mijn rijkdom heeft mij niet gebaat en mijn macht is van mij weg gegaan.” ‘’Grijpt hen en boeit hen en werpt hen dan in de hel, bindt hen vervolgens met een ketting vast waarvan de lengte zeventig armlengten bedraagt, Vanwege hun ongeloof in de grote Allah.’’ [69:25, 27, 28, 29, 31, 32, 33]

Let op het geweld en de haat tegen de rijkdom van de ongelovigen. Keten hen! Verbrandt hen! Vervloek hen! Rijke mensen lijken door het Allah-ding uitsluitend te worden veroordeeld vanwege hun materiële rijkdom. Dit is nogal vreemd omdat Mohammed fabelachtig rijk werd door het plundering van karavanen, het stelen van Joodse en christelijke eigendommen, belastingen, de buit uit de strijd en de winsten uit de slavenhandel. Zou Mohammed dan ook door Allah worden geketend, gemarteld en vermoord?

Het is duidelijk dat deze soera werd geschreven voordat Mohammed zijn hoogtepunt van de macht bereikte. Dit hoofdstuk werd ontworpen als een wet van voorbestemming, gericht tegen de rijke Joden, Christenen en heidenen die ongehoorzaam waren ten aanzien van de zeden en rituelen van de islam.
Volgens de islamitische theologie moet rijkdom naar goed marxistisch-socialistisch gebruik worden herverdeeld. Mensen met veel rijkdom zouden meer mogelijkheden hebben om zich te verzetten tegen de macht van de islam, en dat wordt binnen de islamitische maatschappij niet op prijs gesteld. In de koran staat regelmatig dat rijkdom met argwaan bekeken moeten worden.
Dit geldt dan met name voor Joden en christenen. Zo vinden we in de gehele koran niet alleen bevelen om de rijkdom van de ongelovige te nemen, maar ook hatelijke bevelen tegen het economisch gewin en de bezittingen van niet-moslims.
Het is daarom ook voor moslims, in navolging van profeet Mohammed om oorlogen te voeren, te plunderen of het stelen van privé eigendommen van de niet-moslims. Het is gewoon het herverdelen van de rijkdommen van die verdoemde immorele ongelovige, naar degene die het verdienen – de ware gelovigen.
Hoe handig is dat! Allah, een bedenksel van Mohammed, stemt in met de gedwongen herverdeling van de bezittingen van de niet-moslims. En wat Mohammed ook doet en zegt, het wordt allemaal gedragen en ondersteund door Allah.
Allah maakt in dit hoofdstuk ook duidelijk dat Mohammed geen boodschapper is met een slechte reputatie; hij is de enige boodschapper, de enige ware stem van de god en kan daarom voor zijn handelen niet gestraft worden. Klinkt nogal onlogisch. Omdat Mohammed, die dezelfde is als Allah in de koran, de lezer heeft vertelt dat hij de ware stem en de meest rechtvaardige exponent van de doctrine van Allah is.
Dus we hebben een tautologie! Dit is niet alleen een tautologie, het zou ook kunnen worden betiteld als handig of krankzinnig, afhankelijk van uw beeldvorming over Mohammeds psyche en pathologie:

”Dit is voorzeker de boodschap van een eerwaardige boodschapper. Het is geen woord van een dichter; onbeduidend is hij die dat gelooft. Noch is het de uiting van een waarzegger; gering is de lering, die gij er uithaald. Het is een Openbaring van de Heer der werelden. En indien hij enige woorden in onze naam verzonnen had, Dan zouden Wij hem zeker bij de rechterhand hebben gegrepen. En daarna zijn levensader hebben doorgesneden.” [69:40-46]

Er staan in deze soera geen ethische voorschriften. Het bevat voor de ware gelovige enkel wat regels over seks, wijn, water en fruit, dat op hen wacht in overvloedige tuinen van het paradijs. In tegenstelling tot vele andere soera’s bevat dit hoofdstuk geen welig tierende jodenhaat en meest waarschijnlijk omdat deze soera voor de vlucht naar Medina werd geschreven en voordat de genocide en gevechten tegen de Joden begonnen waren.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.