Wie is Allah

Volgens islamitische theologen is Allah de hoogste God of schepper die zich plots op een dag met profeet Mohammed introduceerde via de engel Gabriël met de mededeling dat Allah alles in het universum gecreëerd heeft. Gezien de geschiedenis van Allah met de heidenen is in de Koran nooit gedefinieerd wie Allah is of wat zijn relatie met de heidenen is geweest.
Ik ben van mening dat 99% procent van de moslims geloven dat de naam ”Allah” was uitgevonden of ontstaan vanaf het moment dat engel Gabriël de ‘’waarheid’’ aan profeet Mohammed openbaarde. Zij geloven dat voordat deze waarheid geopenbaard werd, de heidense Arabieren in totale duisternis leefden en zeer slechte mensen waren.
Ik wil wedden op het feit dat geen mullah ons ooit de echte waarheid heeft verteld, dat “Allah” in feite een reeds bestaande godheid in het heidense Arabië is geweest. Wat een hypocrisie?

Enkele belangrijke factoren die doen vermoeden dat de naam “Allah” als godheid door de heidenen al eerder in gebruik was.
(A) In pre-islamitische dagen die moslims ”de dagen van onwetendheid” noemen, was de religieuze achtergrond van de Arabieren heidens. Dus via de maan, de zon, sterren, planeten, dieren, waterbronnen, bomen, stenen, grotten en andere natuurlijke objecten zocht men contact met een godheid.
In Mekka was “Allah” het hoofd van de goden en de belangrijkste god van de Quraish – de stam van de profeet. Allah had drie dochters: Al Uzzah (Venus) het meest van allen vereerd en blij met mensenoffers, Manah de godin van het lot en Al Lat de godin van het plantaardige leven. Deze drie dochters van Allah werden beschouwd als zeer machtig over alle dingen.
Daarom waren de gebeden namens de gelovigen van grote betekenis.  [er is een koranvers over deze drie dochters]
(B) Het was gebruikelijk dat Arabieren hun kinderen namen gaven als ‘Abdullah (slave van Allah). De naam van Mohammeds vader was “Abdullah”. De logische analogie luidt— bestond er geen “Allah” in het pre-islamitische Arabië, dan ook geen Abdullah of slaaf van Allah.
(C) Zelfs nog vandaag in de hele Arabische wereld zeggen niet alleen moslims, maar ook alle andere niet-moslim (Joden, christenen, Sabians, Bahaï, atheïsten enz.) Arabieren — “Ya Allah” als de uitdrukking van verrassing of ongeluk/verdriet.

(D) Albert Hourani verklaart: “de islamitische naam voor God was “Allah” die al eerder als één van de lokale goden in gebruik was.

De geschiedenis leert ons twee theorieën over het bestaan van Allah in en rond de Ka’aba;

(1) Het grootste beeld onder 360 goden werd door de paganisten ‘Allah’ genoemd. En werd gezien als de hoogste oppergod.
(2) De heidense Arabieren vereerden 360 goden binnen de Ka’aba, maar men beschouwde hen als kleinere goden die onder controle stond van de meest krachtige en belangrijkste godheid genaamd ‘Allah’ die onzichtbaar, almachtig, alwetend en geheel onkenbaar was.

Nu enkele factoren die doen vermoeden dat ”Allah” de maangod van Arabische heidenen was:
(A) In de Koran zijn er op zijn minst een dozijn verzen waarin Allah herhaaldelijk op namen zweert zoals op de maan, zon, sterren, planeten, nacht, wind enz. Het is een raadsel waarom de almachtige schepper Allah zweert op zijn eigen creaties.
Normaal gesproken zweren we op een naam dat in hoger aanzien staat dan ons zelf. En dit doet ons nadenken wie in de Koran als Allah heeft opgetreden. Echter, in de toelichting van Yusef Ali over het zweren op de maan in soerah 74:32 zegt hij; ”De maan werd als een God aanbeden tijdens de nachten.”
(B) Verklaring van Yousuf Ali  (Page-1921-1623 van zijn Engelse vertaling van de Heilige Koran):
“Maanaanbidding was populair en vertegenwoordigde verschillende namen, zoals Apollo als de mannelijke maangod en tweelingzus Diana als de vrouwelijke zonnegodin. De heidense Arabieren zagen blijkbaar de zon als een godin en de maan als een God
Lat, Uzza, en Manat waren in de ka’ába en rond Mekka de bekendste heidense goden. De heidenen hadden 360 afgoden in het leven geroepen en vertegenwoordigde waarschijnlijk de 360 dagen van een onjuist kalenderjaar. Dit was destijds de situatie van aanbidding, beleden door de Quraish stam waar de profeet toe behoorde.”
(C) de invloed van de maan op het mohammedanisme:
Wie kan de grote invloed van maan in het leven van moslims ontkennen. In de islam wordt de maan beschouwd als het heiligste object van het heelal en het leidende licht van alle islamitische rituelen/festivals. Er bestaan tegenstrijdigheden en conflicten over de exacte periode van de ramadan en de maan is de kern van dit chronische probleem. De wassende maan en sterren zijn de symbolische tekenen in de nationale vlaggen van vele islamitische landen en het is aanwezig op moskeeën en islamitische begraafplaatsen.
Profeet Mohammad kwam de heidenen tegemoet voor het stichten van de islam.
Profeet Mohammad had de slimme tactiek om vele riten van de heidenen niet te verbieden maar aan te passen naar het mohammedanisme. Hij maakte veel politieke compromissen met heidense leiders zoals de overeenkomst met Abu Suffian die de islam accepteerde met invoeging van heidense rituelen. Mohammed verlangde van de heidenen om enkel Allah te aanbidden, de grootste God.
Dus moesten alle andere afgoden in de Ka’aba worden vernietigd. Om de monotheïstische godsdienst te stichten vroeg Mohammed herhaaldelijk om geen partners aan Allah te geven. Uiteindelijk was Mohammed met een overeenkomst [natuurlijk niet zonder de dreiging van geweld] in staat gebleken de heidenen te zo ver te krijgen om de afgoden te vernietigen. Ter compensatie voor deze vernietiging kreeg Allah 99 alternatieve namen toebedeeld. Het waren voor de heidense stammen de populairste namen onder de afgoden.
In de islam worden door toegewijde moslims vele rituelen uitgevoerd die al vóór het mohammedanisme bestonden. De heidense praktijk als de jaarlijkse bedevaart naar de ka’aba — en de ramadan, zeven keer rond de ka’abah, de zwarte steen kussen, scheren van het hoofd, dierlijke offers brengen, op en neer rennen van twee heuvels, stenen gooien naar de duivel, water in de neus snuiven en uitsnuiven, meerdere malen per dag bidden richting Mekka, het geven van aalmoezen, het vrijdag gebed etc.
Niemand kan het feit ontkennen dat alle bovenstaande rituelen al bestonden voor de komst van de islam.
Het is zeer aannemelijk om er rekening mee te houden dat doordat de heidense rituelen in het mohammedanisme werden geïntegreerd, een zeer belangrijke mijlpaal werd bereikt om het verzet tegen de islam op te geven en de islam te accepteren.
Het centrale heiligdom in Mekka was de heidense Ka’aba (huis van Allah), een kubus van een stenen structuur, hoewel vele keren herbouwd, staat het er nog altijd. Ingebed in een hoek staat de zwarte steen, waarschijnlijk een meteoriet. Deze steen kussen is een essentieel onderdeel van de moslim bedevaart. Het is een historische feit dat de Ka’aba, het heiligdom waarin de zwarte steen zich bevindt in Mekka werd gebruikt voor de aanbidding van heidense opperwezens. Het heiligdom werd toen al ”het huis van Allah” genoemd.
De naam van de God die de Arabieren destijds in de Ka’aba aanbaden was Ali-ilah, ofwel de oppergod “Allah” die het levenslot voor ieder mens bepaalde.
Samengevat kunnen we stellen dat de islam geen nieuwe godsdienst was maar een hervormd heidendom.