Koran 42:28.
En Hij is het Die de regen laat neerdalen nadat zij de moed hebben opgegeven, en die Zijn barmhartigheid overal uitspreidt. En Hij is de Wali (Helper, Ondersteuner, Beschermer, enz.), die alle lof waardig is.
Er zit iets merkwaardigs in religieuze teksten over regen. Zodra er water uit de lucht valt, verandert meteorologie plotseling in theologie. In Soera 42:28 wordt regen niet simpelweg beschreven als een natuurverschijnsel, maar als een daad van goddelijke barmhartigheid: Allah laat regen neerdalen “nadat zij de moed hebben opgegeven.” Het klinkt ontroerend — totdat men even nadenkt over wat hier werkelijk wordt beweerd.
Want regen is geen mysterieus hemelgeschenk dat speciaal voor menselijke emoties wordt geactiveerd. Het is een fysisch proces van verdamping, condensatie en luchtdruk. Wolken lezen geen gebeden. Atmosferische systemen ontwikkelen geen medelijden. Toch presenteert de tekst regen alsof het een persoonlijke brief van het universum is, ondertekend door God Zelf.
En hier verschijnt meteen het eerste probleem. Als regen bewijs van barmhartigheid is, wat zijn droogtes dan precies? Wat betekenen hongersnoden, mislukte oogsten en uitgedroogde kinderen? Minder barmhartigheid? Tijdelijke afwezigheid van mededogen? Of moet men plots zeggen dat vernietigende droogte óók een vorm van liefde is? Religieuze logica heeft hier een bewonderenswaardig talent voor elasticiteit: regen bevestigt Gods goedheid, en de afwezigheid ervan blijkbaar ook.
Dat is het handige van een niet-falsifieerbaar systeem. Wanneer de regen komt, zegt men: “Zie je wel? God is barmhartig.” Wanneer de regen niet komt, zegt men: “God test ons.” En wanneer een overstroming complete dorpen wegvaagt, heet het ineens “verborgen wijsheid.” Het systeem wint altijd, ongeacht de uitkomst. Dat is geen verklaring; dat is ideologische immuniteit.
De passage verraadt ook een diep premodern wereldbeeld. Natuur wordt hier niet gezien als autonoom systeem met eigen wetten, maar als directe projectie van goddelijke wil. Regen valt niet omdat warme lucht opstijgt en afkoelt; regen valt omdat Allah besluit dat de mensheid genoeg geleden heeft. Het universum wordt zo gereduceerd tot een gigantisch moreel theater waarin zelfs wolken instructies ontvangen van bovenaf.
Maar de werkelijkheid gedraagt zich opvallend onpersoonlijk. Klimaat trekt zich niets aan van vroomheid. Orkanen maken geen onderscheid tussen moskeeën en casino’s. Droogte spaart geen gelovigen uit respect voor hun gebeden. De natuur is meedogenloos neutraal. Juist daarom hebben mensen wetenschap ontwikkeld: niet om regen te aanbidden, maar om haar te begrijpen.
En dat is misschien de grootste ironie van zulke verzen. Eeuwenlang bad men om regen, terwijl uiteindelijk meteorologen, ingenieurs en klimaatwetenschappers meer deden om menselijke overleving veilig te stellen dan welke regenbede ook. Irrigatiesystemen redden oogsten betrouwbaarder dan rituele smeekbeden. Satellieten voorspellen stormen beter dan priesters. Maar nog steeds blijft de oude reflex bestaan: wanneer de hemel openbreekt, moet de mens blijkbaar niet de watercyclus bewonderen, maar gehoorzaam knikken richting het bovennatuurlijke.
Het vers noemt Allah vervolgens “de Beschermer” en “de Lofwaardige.” Maar een scepticus kan moeilijk nalaten de ongemakkelijke vraag te stellen: beschermd tegen wat precies? Tegen de droogtes die Hij blijkbaar zelf bestuurt? Tegen de hongersnoden die miljoenen mensen door de geschiedenis heen hebben verwoest? Het lijkt op een brandweerman die eerst het huis in brand steekt en daarna applaus verwacht omdat hij een emmer water brengt.
Uiteindelijk zegt dit vers misschien minder over regen dan over menselijke psychologie. Mensen haten willekeur. Ze willen geloven dat achter natuur een bedoeling schuilt, achter opluchting een liefdevolle hand, achter de wolken een bewustzijn dat naar hen kijkt. Dat verlangen is begrijpelijk. Maar begrijpelijkheid is nog geen bewijs.
En dus blijft de centrale vraag overeind: bewijst regen werkelijk goddelijke barmhartigheid? Of bewijst het vooral dat de mens betekenis probeert te projecteren op een universum dat eenvoudigweg regen produceert?
