Allah, de Kosmische Lichtschakelaar

Ah, Soera 24:44: “It is Allah Who alternates the Night and the Day.” Wat een prachtige oefening in poëtische overbodigheid. Natuurlijk wisselen dag en nacht af – dat doet de aarde al miljarden jaren, in een volstrekt mechanisch ballet van rotatie en baan om de zon, compleet zonder enige goddelijke tussenkomst. Maar hier lezen we het alsof het universum een kunstwerk is dat iemand persoonlijk ophangt en vervolgens opzij schuift als de zon ondergaat. Het is alsof iemand applaudisseert voor een klok omdat hij ervan overtuigd is dat de wijzers een persoonlijke voorkeur volgen.

De religieuze formulering impliceert causaliteit die simpelweg niet bestaat. Het universum draait door, onafhankelijk van menselijke interpretatie of goddelijke planning. Maar in de poëtische taal van de soera lijkt het alsof de kosmos een theatraal schouwspel is, bestuurd door een almachtige regisseur die tijd en licht naar believen manipuleert. Dit is niet alleen overbodig, het is bijna komisch: een menselijke projectie op een wereld die volstrekt indifferent is voor onze verhalen.

Wat Hitchens vaak met spottende precisie zou zeggen: de mens heeft altijd behoefte gehad om patronen te personaliseren, om de angstaanjagende stilte van natuurwetten te vullen met een soort vaderfiguur die alles “doet”. Maar dag en nacht wisselen niet omdat iemand ze wisselt; ze wisselen omdat natuurwetten onverbiddelijk hun gang gaan. Het is bijna beledigend voor het intellect om een kosmisch gegeven als dit voor te stellen als een bewuste handeling van een god.

De poëzie is er, dat kan niemand ontkennen. Maar de logica? Die houdt geen stand. Het is een religieuze metafoor verpakt als een wetenschappelijke verklaring. En dat is precies waar Hitchens zijn scherpste pen op zou zetten: het universele mechanisme van dag en nacht heeft geen god nodig, maar de menselijke verbeelding kan het niet laten een god te bedenken die applaus verdient voor het simpelweg volgen van de natuurwetten.