Soera 24:41 ”Heb je niet gezien dat Allah, Hij is Degene die door allen in de hemel en op aarde wordt geprezen, en door de vogels in hun vlucht? Van ieder weet Hij waarlijk wat zij aanbidden en wat zij prijzen; en Allah is Zich bewust van wat zij doen.”’
Dit vers schildert Allah af als een alwetende entiteit die alles ziet en alles hoort, tot en met de vogels in hun vlucht. Het probleem is niet de poëtische flair, maar de letterlijke claim van universele observatie: een wezen dat elk loflied, elke aanbidding en elk gedrag op aarde en in de hemel kent. Dit is logistisch onmogelijk en epistemologisch absurd: het suggereert dat geen enkel detail van handelen, gedachte of instinct buiten het goddelijke bewustzijn valt, zelfs de vlucht van een vogel.
Het vers geeft de illusie van ultieme kennis, maar elke moderne lezer herkent het als een retorische oefening die ontzag afdwingt in plaats van bewijs biedt. Het is een klassiek voorbeeld van autoriteit verpakt als wetenschap: de lezer moet geloven dat een almachtig wezen elk detail kent, omdat de tekst dat zegt, niet omdat er enige empirische aanwijzing is. In Hitchens’ termen: dit is geen inzicht, het is een theatrale proclamatie van macht, een literair instrument om bewondering en gehoorzaamheid te verzekeren, terwijl het geen enkele toetsbare waarheid onthult.
Het vers zegt letterlijk dat alles en iedereen in hemel en aarde Allah prijst — van engelen tot vogels, en impliciet zelfs zaken als wind, water of andere natuurverschijnselen. Dat is een absoluut, universeel claim die volledig oncontroleerbaar is. Het is een klassieke retorische overdrijving, verpakt als feit. Het vereist dat de lezer gelooft dat elke entiteit, tot en met de kleinste vogel in vlucht, vrijwillig of automatisch Allah prijst, zonder dat er enig feitelijk bewijs is. Het is niet een observatie, maar een proclamatie van almacht en universele gehoorzaamheid, waarbij logica en toetsbaarheid volledig worden opgeofferd voor ontzag en bewondering. Met andere woorden: het vers verkoopt een universeel eerbetoon als gegeven, terwijl het slechts een literaire en autoritaire claim is.
Alles en iedereen in hemel en aarde prijst Allah, zegt de Koran — een claim die onmogelijk te verifiëren is. Het is geen observatie, maar theater: een retorische truc om ontzag en gehoorzaamheid te verkopen als goddelijke waarheid.