Christopher Hitchens zou zeggen:
Het idee dat “het leven een test is” klinkt vroom, maar functioneert als een intellectuele nooduitgang. Het is een formule die elk lijden, hoe willekeurig of wreed ook, achteraf betekenis moet geven. Een kind sterft aan kanker? Test. Een aardbeving verplettert duizenden? Test. Hongersnood, oorlog, genetische afwijkingen? Allemaal onderdeel van een kosmisch examen waarvoor niemand zich heeft ingeschreven en waarvan de beoordelingscriteria niet openbaar zijn.
Dat is geen oplossing voor het probleem van het kwaad; het is een semantische verdoving. Het verschuift de vraag van “Waarom gebeurt dit?” naar “Wat moet jij hieruit leren?”, en maakt zo van het slachtoffer een kandidaat in een examen dat hij niet heeft gekozen. Bovendien verraadt het een merkwaardige pedagogiek: een almachtige, alwetende god die zijn schepselen moet testen om te weten wat zij waard zijn, gedraagt zich minder als een volmaakt wezen en meer als een onzeker schoolhoofd.
Het “leven-als-test”-kader is daarom geen diepe godsleer, maar een simplificatie die morele verontwaardiging neutraliseert. Het troost misschien, maar het verklaart niets. Het maakt van structureel en natuurlijk kwaad een didactisch hulpmiddel, en dat is moreel problematisch: Het wordt gedaan alsof aardse ellende een doel dient, waarbij het lijden wordt misbruikt om een spirituele of levensles te rechtvaardigen.
Als dit een test is, dan is het een slecht ontworpen en sadistisch examen — en het idee dat we de examinator daarvoor moeten prijzen, is een staaltje van onderwerping, niet van moreel inzicht.
-
Als God alwetend is, waarom is een test nodig om te ontdekken wat Hij al weet?
-
Wat is de morele rechtvaardiging voor een test waarbij de vragen niet duidelijk zijn en de beoordelingscriteria onbekend blijven?
-
Waarom worden sommigen “getest” met lichte tegenslag en anderen met genocide, ziekte of extreme armoede?
-
Hoe kan een pasgeborene die sterft deelnemen aan een test waarvoor hij nooit bewust kon kiezen?
-
Als het leven een test is, waarom worden mensen geboren in totaal verschillende omstandigheden die de uitkomst sterk beïnvloeden?
-
Is een examen eerlijk wanneer kandidaten niet weten dat ze geëxamineerd worden?
-
Waarom zou een rechtvaardige God eeuwige consequenties verbinden aan een tijdelijke, onduidelijk geformuleerde proef?
-
Wat leert een aardbeving haar slachtoffers precies dat niet zonder verwoesting geleerd kon worden?
-
Waarom is twijfel een reden voor straf als kritische reflectie deel uitmaakt van menselijke rationaliteit?
-
Als lijden slechts een test is, wordt pijn dan gereduceerd tot een leermoment — en is dat moreel verdedigbaar?
-
Waarom zou een almachtig wezen afhankelijk zijn van beproeving in plaats van van vrije, ongedwongen morele groei?
-
En als elke uitkomst al bekend is, is de test dan niet louter een ritueel van macht in plaats van een zoektocht naar waarheid?
