Soera 25:45 verkondigt met serene ernst: “Hij verlengt de schaduw!” Stel je dat even voor: een almachtige, alwetende entiteit die zich buigt over een zonnige middag en besluit dat dit schaduwhoekje precies een paar centimeter langer moet worden. Het is een beeld dat je bijna moet tekenen om de absurditeit ervan volledig te bevatten. De aarde roteert. De zon staat in een veranderende positie aan de hemel. Schaduwen verlengen en verkorten vanzelf, zonder dat iemand zijn goddelijke vingers hoeft te bewegen. Elke scheikundige, astronoom of zelfs een kind met een stok in het zand had dit kunnen constateren. En toch: hier krijgen we het voorgesteld alsof een kosmische tovenaar actief elk uurtje van de dag bezig is met het manipuleren van de schaduw.
Het is een perfecte illustratie van de menselijke neiging tot het antropomorfiseren van natuurverschijnselen. Triviale natuurkunde wordt verheven tot goddelijke daad. Hitchens zou dit ongetwijfeld spottend hebben samengevat: “Het universum draait, de aarde roteert, en een god moet zich eindeloos vervelen om de meest triviale schaduwen te verlengen.” De implicatie is dat het bovennatuurlijke voortdurend ingrijpt, terwijl de natuurlijke wereld haar wonderschone patronen allang volledig zelfstandig laat zien.
Het blijft ironisch en bijna pijnlijk: het vers biedt troost, poëzie en moraal, terwijl het feitelijk niets toevoegt aan ons begrip van de werkelijkheid. Schaduwen zijn geen bewijs van almacht; ze zijn bewijs van een draaiende planeet. En toch wordt de goddelijke hand op deze simpele, volledig voorspelbare gebeurtenis gelegd, alsof het een kosmische truc is die alleen met goddelijke tussenkomst kan gebeuren.
Kortom: de verlenging van een schaduw is geen mirakel, het is een natuurwet. Allah verlengt hem niet; de aarde draait gewoon door. De echte les hier is hoe menselijke verbeelding en behoefte aan wonderen een triviaal astronomisch gegeven kunnen transformeren in een verhaal van actieve, almachtige interventie — precies het soort intellectuele misleiding waar Hitchens zo van hield om te ontleden en te bespotten.
