Urban Renewal, Divine Design

Soera 21:11 “En hoeveel onrechtvaardige steden hebben Wij verwoest en er vervolgens een ander volk uit voortgebracht?”

Het is een opmerkelijke vorm van stadsplanning. Geen commissies, geen herbestemming, geen verkiezingen — slechts vernietiging en vervanging. Een beschaving wordt uitgeroeid, een nieuwe wordt geïnstalleerd. Goddelijke projectontwikkeling, zo men wil.

Wat hier gepresenteerd wordt als morele rechtspraak is in feite een doctrine van collectieve uitwissing. Een stad — een complex weefsel van individuen, meningen, twijfels, kinderen, ouderen — wordt herleid tot één adjectief: “onrechtvaardig”. Daarmee is het lot bezegeld. De nuance is verdwenen; het oordeel is totaal.

Men kan zich afvragen wat precies onder “onrechtvaardig” valt. Is het tirannie? Is het corruptie? Of is het simpelweg ongeloof? Want in deze traditie verschuift “onrecht” al snel van morele misdaad naar theologische afwijking. Het weigeren van instemming wordt een misdrijf tegen het universum zelf.

En dan volgt de meest zorgwekkende gedachte: vervangbaarheid. Volkeren zijn niet uniek, niet intrinsiek waardevol; zij zijn condities. Wie niet voldoet, wordt vervangen. De geschiedenis wordt een morele zuivering waarin de verkeerde worden weggevaagd en de juiste hun plaats innemen.

Dit is geen pleidooi voor hervorming, maar voor eliminatie. Geen oproep tot overtuiging, maar tot uitwissing — zij het toegeschreven aan goddelijke hand.

Men kan zich afvragen waarom een almachtige entiteit, indien werkelijk overtuigd van haar eigen waarheid, niet zou kiezen voor overtuiging in plaats van vernietiging. Waarom het theatrale gebaar van verwoesting? Waarom niet het stille werk van argument, geduld en pluralisme?

Het antwoord ligt vermoedelijk niet in logica, maar in macht. Vernietiging is de ultieme bevestiging van soevereiniteit. Wie steden kan doen verdwijnen, hoeft geen debat te voeren.

Maar een wereldbeeld waarin geschiedenis wordt opgevat als een reeks goddelijke sloopacties is moeilijk te verenigen met moderne noties van individuele verantwoordelijkheid en menselijke waardigheid. Het legitimeert het idee dat morele superioriteit samenvalt met overleving — en dat ondergang bewijs is van schuld.

En daar schuilt het gevaar: wanneer macht en recht samenvallen in één absolute bron, verdwijnt elke externe toetsing. Wie wint, had gelijk. Wie verliest, verdiende het.

Dat is geen morele filosofie. Dat is kosmisch absolutisme met een bulldozer.