Vrouwen verantwoordelijk voor andermans gedachten.

Hier een scherp, analytisch commentaar op Sahih Muslim 1403, zonder expliciete beschrijvingen toe te voegen, maar met focus op ethiek, psychologie en macht.

Sahih Muslim 1403

”Jabir reported that Allah’s Messenger saw a woman, and so he came to his wife, Zainab, as she was tanning a leather and had sexual intercourse with her. He then went to his Companions and told them: The woman advances and retires in the shape of a devil, so when one of you sees a woman, he should come to his wife, for that will repel what he feels in his heart.”


Deze hadith is onthullend, niet door wat zij zegt over seksualiteit, maar door wat zij verraadt over vrouwbeeld, zelfbeheersing en morele verantwoordelijkheid. Een vrouw verschijnt hier niet als mens, maar als trigger. Haar aanwezigheid wordt voorgesteld als demonisch — “in de gedaante van een duivel” — terwijl de mannelijke begeerte niet als probleem wordt behandeld, maar als natuurkracht die onmiddellijk moet worden ontladen.

De morele last wordt daarmee volledig verplaatst. Niet de man moet zijn impulsen leren beheersen, maar de vrouw wordt gereduceerd tot aanleiding. Zij is de verleiding. Dit is geen ethiek van verantwoordelijkheid, maar van externalisering: verlangen wordt niet begrepen of getemd, maar geprojecteerd. De oplossing is niet reflectie, maar onmiddellijke substitutie.

Psychologisch gezien is dit klassiek impuls-management door uitlaatklep, niet door zelfcontrole. De boodschap is helder: begeerte is onvermijdelijk, rationele beheersing onrealistisch, en morele volwassenheid overbodig. Het systeem biedt geen discipline van de geest, maar een omleiding van het lichaam. Dit staat haaks op elke morele filosofie die zelfbeheersing als deugd beschouwt.

Nog problematischer is de demonisering van vrouwelijke aanwezigheid. De vrouw wordt niet aangesproken als subject, maar als object dat “nadert en zich terugtrekt”, bijna roofdierlijk. Dit legitimeert sociale controle: segregatie, bedekking, beperking van beweging — niet omdat vrouwen kwaad doen, maar omdat hun bestaan als moreel gevaar wordt gedefinieerd.

Vanuit machtsanalyse is dit een schoolvoorbeeld van disciplinering via schuldverschuiving. Mannen blijven moreel intact; vrouwen dragen de last van mannelijke zwakte. Het systeem beschermt mannelijke autoriteit door begeerte te normaliseren en tegelijk te ontkennen als verantwoordelijkheid.


Kort kruisverhoor

Vraag: Wordt mannelijke begeerte hier bekritiseerd
Antwoord: Nee, zij wordt als vanzelfsprekend gepresenteerd

Vraag: Wordt zelfbeheersing aangemoedigd
Antwoord: Nee, onmiddellijke ontlading wordt geadviseerd

Vraag: Wie wordt moreel geproblematiseerd
Antwoord: De vrouw, niet de man

Vraag: Wordt de vrouw als moreel subject erkend
Antwoord: Nee, zij wordt beschreven als verleidend object

Vraag: Rechtvaardigt dit sociale beperkingen voor vrouwen
Antwoord: Ja, impliciet en structureel


Slotanalyse

Deze hadith leert geen moraal, maar beheer van drift via projectie. Zij verheft mannelijke zwakte tot norm en bestempelt vrouwelijke aanwezigheid als bedreiging. Dat is geen spirituele leiding, maar een wantrouwen — tegenover vrouwen, tegenover zelfbeheersing, en uiteindelijk tegenover de menselijke rede zelf.


Hier zou Christopher Hitchens

niets verzachten en niets verontschuldigen. Hij zou beginnen met vaststellen dat dit geen tekst is over moraal, maar over morele capitulatie. Een volwassen man ziet een vrouw, voelt begeerte, en in plaats van die ervaring te begrijpen of beheersen, wordt zij tot demonisch verschijnsel verklaard. Niet de impuls is het probleem, maar het object. Dat is geen ethiek, dat is bijgeloof met een libido.

Hitchens zou erop wijzen hoe onthullend deze passage is over religieuze hypocrisie. De vrouw “komt dichterbij en gaat als een duivel”, terwijl de man niet wordt opgeroepen tot zelfbeheersing, reflectie of waardigheid, maar tot onmiddellijke afleiding. Begeerte wordt niet overwonnen, maar omgeleid. De moraal is niet verheffend, maar gemakzuchtig: als denken lastig is, doe iets lichamelijks en noem het deugd.

En dan zou hij het kernpunt raken. Dit soort teksten, zou Hitchens zeggen, vormen de intellectuele rechtvaardiging voor eeuwen van vrouwelijke verdachtmaking. Als de vrouw de duivel is, dan is haar aanwezigheid gevaar. Dan moeten haar bewegingen worden beperkt, haar lichaam bedekt, haar stem getemperd. Niet omdat zij kwaad doet, maar omdat mannen niet verantwoordelijk willen zijn voor hun eigen gedachten.

Wat hier verkocht wordt als spirituele wijsheid is in werkelijkheid mannelijke zwakte verheven tot kosmische waarheid. Het is een systeem dat niet vraagt om morele volwassenheid, maar haar actief ondermijnt. Het leert mannen dat zij hun impulsen niet hoeven te beheersen en vrouwen dat zij daarvoor verantwoordelijk zijn. Dat is geen religie van verheffing, maar van verontschuldiging.

Hitchens’ slot zou genadeloos zijn. Een geloof dat vrouwen tot duivels verklaart om mannen te sparen van zelfbeheersing, zegt alles over zijn morele diepgang. Het wantrouwt de rede, wantrouwt verantwoordelijkheid, en wantrouwt uiteindelijk de mens zelf. En wat zo’n geloof vooral vreest, is niet zonde — maar volwassenheid.


Vanuit Freudiaans perspectief zou deze hadith

vrijwel zeker schoolboekmateriaal zijn. Freud zou allereerst constateren dat hier sprake is van projectie. De man ervaart seksuele opwinding, een innerlijke drift van opkomende primitieve driften, instincten en verlangens. In plaats van deze drift te erkennen als iets dat uit hemzelf voortkomt, wordt zij naar buiten verplaatst. De vrouw wordt niet gezien als persoon, maar als drager van de begeerte die hij niet wil erkennen. Zij wordt “de duivel”, zodat hijzelf moreel ongeschonden blijft. Dit is klassieke psychodynamiek: wat het ik niet verdraagt, wordt aan de ander toegeschreven.

Vervolgens zou Freud wijzen op het falen van het Super-ego. In een volwassen moreel systeem zou het Super-ego zelfbeheersing, reflectie en sublimatie eisen. Hier gebeurt het tegenovergestelde. De religieuze norm legitimeert onmiddellijke ontlading. De impuls hoeft niet getemd of omgevormd te worden; hij krijgt een ritueel goedgekeurde uitweg. Dat is geen moraalvorming, maar regressie. Het systeem beschermt de innerlijke driften tegen confrontatie met verantwoordelijkheid.

Freud zou ook de seksuele angst herkennen die onder de demonisering schuilgaat. De vrouw wordt niet als gevaarlijk gezien omdat zij machtig is, maar omdat zij verlangen oproept dat het mannelijke subject niet kan integreren. Seksualiteit wordt daarom niet begrepen, maar gemoraliseerd en gemystificeerd. Waar inzicht ontbreekt, verschijnt de duivel. Religieuze taal fungeert hier als psychologische verdedigingslaag tegen innerlijke conflicten.

Ten slotte zou Freud dit lezen als een voorbeeld van hoe religie functioneert als collectieve neurose. Niet één individu projecteert zijn drift, maar een hele gemeenschap leert dit patroon aan. Mannen leren dat hun verlangen onvermijdelijk is en vrouwen leren dat hun bestaan problematisch is. Het conflict wordt niet opgelost, maar geïnstitutionaliseerd. Dat maakt het duurzaam — en destructief.

Freuds impliciete oordeel zou hard zijn: deze tekst bevordert geen psychische volwassenheid, maar bevestigt onvolwassen afweermechanismen. Zij leert geen omgang met verlangen, maar angst ervoor. En waar angst regeert, wordt moraal niet verdiept, maar vervangen door ritueel en schuldverschuiving.


 

Opinie van een psycholoog


1. Wat leert dit mannen over zichzelf?

Een psycholoog zou zich eerst afvragen:
Wat wordt mannen hier aangeleerd over hun eigen verlangens?

  • Begeerte wordt voorgesteld als oncontroleerbaar en extern opgewekt
  • Zelfbeheersing, reflectie of cognitieve regulatie ontbreken volledig
  • De impuls wordt niet erkend als eigen, maar als reactie op een prikkel

Dit roept klinische vragen op:

  • Ontwikkelt een man zo voldoende impulscontrole
  • Leert hij verantwoordelijkheid te nemen voor zijn innerlijk leven
  • Of wordt hij afhankelijk van externe regels en uitlaatkleppen

Psychologisch gezien stimuleert dit een extern locus of control: het gevoel dat wat men voelt en doet door anderen wordt veroorzaakt. Dat belemmert emotionele volwassenheid.


2. Wat doet dit met het vrouwbeeld?

Een psycholoog zou vervolgens scherp letten op de positie van de vrouw:

  • De vrouw verschijnt niet als subject, maar als stimulus
  • Haar aanwezigheid wordt gekoppeld aan gevaar, chaos en verleiding
  • Ze draagt verantwoordelijkheid voor gevoelens die zij niet heeft opgewekt

Dit kan leiden tot:

  • Internalisatie van schuld bij vrouwen
  • Schaamte rond het eigen lichaam en bestaan
  • Hyperbewustzijn van “gevaarlijk zijn” door simpel aanwezig te zijn

Een psycholoog zou vragen:

  • Wat doet dit met zelfbeeld
  • Met assertiviteit
  • Met relationele veiligheid

Dit soort framing is bekend uit onderzoek naar seksuele objectivering en hangt samen met angst, zelfvervreemding en verminderde autonomie.


3. Wat zegt dit over relaties?

Relationeel gezien zou een psycholoog zich afvragen:

  • Is dit een model van wederkerigheid
  • Of een model van emotionele omleiding

De vrouw in het huwelijk wordt hier geen partner, maar een regulerend middel voor mannelijke spanning. Dat roept vragen op over:

  • Intimiteit versus instrumentalisering
  • Consent versus functie
  • Emotionele gelijkwaardigheid

In gezonde relaties is verlangen iets dat besproken, begrepen en wederzijds gedragen wordt — niet iets dat automatisch moet worden “afgevoerd”.


4. Welke omgangsvormen wordt hier aangeleerd?

De hadith leert een specifieke manier van omgaan met innerlijke spanning:

  • Niet begrijpen
  • Niet reflecteren
  • Niet uitstellen
  • Maar direct ontladen

Een psycholoog zou dit herkennen als:

  • Lage frustratietolerantie
  • Vermijding van mentale verwerking
  • Risico op impulsief gedrag

Dit staat haaks op wat psychologie beschouwt als gezonde zelfregulatie.


5. De kernvraag van de psycholoog

Uiteindelijk zou een psycholoog waarschijnlijk deze kernvraag stellen:

Helpt dit mensen om zichzelf beter te begrijpen —
of leert het hen zichzelf niet te hoeven begrijpen?

Het antwoord zou kritisch zijn.
De tekst normaliseert drift, externaliseert verantwoordelijkheid en problematiseert vrouwelijke aanwezigheid. Dat is geen psychologisch verrijkend mensbeeld, maar een regressief mensbeeld.


Samenvattend psychologisch oordeel

  • Voor mannen: onderontwikkeling van zelfregulatie en verantwoordelijkheid
  • Voor vrouwen: internalisatie van schuld en objectivering
  • Voor relaties: instrumentalisering in plaats van gelijkwaardigheid
  • Voor psyche: angst en projectie in plaats van integratie

Polemische column

Wat hier wordt gepresenteerd als morele wijsheid is in werkelijkheid een handleiding in zelfontlasting van verantwoordelijkheid. Een man voelt begeerte en de wereld moet wijken. Niet hijzelf wordt aangesproken, maar de vrouw wordt herdoopt tot duivel. Dat is geen ethiek, dat is angst vermomd als openbaring.

Er wordt niets gevraagd van het verstand, niets van karakter, niets van zelfbeheersing. De impuls hoeft niet begrepen, vertraagd of getemd te worden. Zij hoeft alleen te worden omgeleid. De moraal is niet dat de mens kan groeien, maar dat hij niet hoeft te veranderen. En dat wordt dan verheven tot religieuze waarheid.

De vrouw betaalt de prijs. Haar bestaan wordt verdacht, haar aanwezigheid gevaarlijk, haar lichaam problematisch. Zij is niet iemand, maar iets dat gebeurt. Zo ontstaat een cultuur waarin mannen beschermd worden tegen hun innerlijk leven en vrouwen verantwoordelijk worden gemaakt voor andermans gedachten.

Wie dit verdedigt, verdedigt geen spiritualiteit maar een diep wantrouwen in de menselijke rede. Want als verlangen niet begrepen mag worden, moet het worden gevreesd. En wie angst nodig heeft om moraal af te dwingen, verraadt dat hij zelf niet in morele volwassenheid gelooft.

Dit is geen verheffing van de mens, maar een systeem dat hem klein houdt. Het leert mannen dat zij hun impulsen niet hoeven te dragen en vrouwen dat zij hun bestaan moeten verantwoorden. En een cultuur die zo begint, eindigt niet bij moraal, maar bij controle.

Vonnis: psychologisch schadelijk, relationeel ongelijkwaardig en ethisch onderontwikkeld.