Islamisering van besnijdenis

Lang vóór het ontstaan van de islam kende de mensheid al het ritueel van de besnijdenis. Archeologische afbeeldingen uit het oude Egypte, daterend van rond 2400 v.Chr., tonen hoe priesters jongens besneden tijdens religieuze ceremonies. De daad stond symbool voor reiniging, offer en toewijding aan de goden.

Later namen de Hebreeën deze praktijk over, maar zij gaven haar een nieuw religieus gewicht: in Genesis 17 wordt de besnijdenis het teken van het verbond tussen God en Abraham. Zo kreeg een oud-Egyptische rite een monotheïstische betekenis in het jodendom.

Ook de Arabische stammen vóór Mohammed kenden besnijdenis. Bij hen was het een overgangsrite naar volwassenheid of een gebruik van lichamelijke zuivering. Er bestond dus een brede culturele en religieuze traditie waarin besnijdenis reeds vanzelfsprekend was.

Toen Mohammed in de 7e eeuw zijn religieuze boodschap begon te verkondigen, bevond hij zich in een wereld waarin die praktijk diep was verankerd. De Koran zelf zwijgt volledig over besnijdenis; geen enkel vers beveelt of verbiedt het.
Toch duikt het ritueel op in de Hadith waarin de Profeet zegt dat besnijdenis behoort tot de fitrah — de natuurlijke orde of reinheid waartoe Allah de mens heeft geschapen. Zo verplaatste de praktijk zich van een tribaal gebruik naar een religieuze plicht.

De reden voor deze integratie lijkt zowel pragmatisch als theologisch. Pragmatisch omdat het voor de Arabische stammen, die het ritueel al kenden, de overgang naar de nieuwe religie vergemakkelijkte. Theologisch omdat Mohammed zich wilde verbinden met Abraham, die door de islam wordt gezien als de eerste ware monotheïst. Door de besnijdenis als “abrahamitisch” te presenteren, werd zij onderdeel van de nieuwe abrahamitische identiteit van de islam. Op die manier islamiseerde Mohammed een oud gebruik.

Net als bij andere elementen — de Kaʿba, de hadj, het vastentijdstip — werden bestaande riten behouden maar geherinterpreteerd binnen een monotheïstisch kader. Zo veranderde een oud heidens en joods symbool in een moslimteken van gehoorzaamheid en reinheid.

De uitkomst is een religieuze paradox, want de Koran verkondigt

  • dat Allah alles “heeft gemaakt en vervolmaakt” (32:7),
  • dat alles “nauwkeurig is gemeten” (54:49),
  • en waarschuwt tegen het veranderen van de schepping (4:119).

Toch werd besnijdenis een religieus gebod, in die volmaakte schepping. Orthodoxe exegeten lossen dit spanningsveld op door te stellen dat de ingreep geen correctie van Allah’s werk is, maar een rituele handeling van reinheid. Voor critici blijft dit echter een voorbeeld van retorisch manoeuvreren om de Koran intern consistent te houden.

Samenvattend kan men zeggen dat de islamitische besnijdenis geen oorspronkelijk islamitische instelling is, maar een geïslamiseerde oudrituele praktijk — voortgekomen uit Egyptische, joodse en Arabische gebruiken. De islam herverpakte deze traditie als een teken van natuurlijke zuiverheid en toewijding aan Allah, maar de wortels ervan liggen duidelijk buiten de islam.

Edit: Mohammed en Aisha waren besneden [ Sahih Muslim 349 ].

Edit: Five practices are characteristics of the Fitra: circumcision…, ect. [ Bukhari 5891 ]