Bukhari 54:500:
The Prophet said: “When evening falls, keep your children close to you, because then the devil will scatter. An hour later you can release them; and close the gates of your house (at night), and mention Allah’s name thereon, and cover your utensils, and mention Allah’s name thereon, (and if you have nothing to cover your utensil), you may put something over it (for example, a piece of wood).”
Commentaar:
Hitchens zou dit afdoen als huiselijke angst die achteraf kosmisch is opgeblazen: wat begint als nuchter advies — houd kinderen binnen, sluit deuren, dek voedsel af — wordt losgemaakt van zijn alledaagse, menselijke oorsprong en opnieuw verpakt als gehoorzaamheid aan een onzichtbare dreiging met een dienstregeling voor demonen. Voorzichtigheid verandert zo in religieuze plicht, hygiëne in heilige handeling, en rationele zorg in ritueel. Niet omdat het universum daarom vraagt, maar omdat autoriteit sterker klinkt wanneer zij zich beroept op het bovennatuurlijke. Het echte probleem is volgens hem niet dat men zijn deur sluit, maar dat men wordt geleerd dat men haar sluit uit angst voor een kosmische achtervolger in plaats van uit verstand — en wie zijn dagelijks leven rond onzichtbare dreiging organiseert, leert vroeg of laat ook zo te denken.
Dawkins zou het koeler ontleden: dit zijn verstandige gedragingen uit een pre-wetenschappelijke wereld, waarin duisternis, roofdieren, besmet voedsel en ziekte reële risico’s vormden. Het probleem ontstaat wanneer die observeerbare oorzaken worden vervangen door een onzichtbare entiteit met intenties. In plaats van te zeggen “we weten nog niet waarom dit gevaarlijk is”, introduceert men een demon die bij zonsondergang actief wordt. Dat verklaart niets; het sluit onderzoek af. Zodra kennis over bacteriën, hygiëne en infecties groeit, blijft de mythische verklaring onaangetast omdat zij nooit toetsbaar bedoeld was. Het praktische advies overleeft, maar de verklaring bevriest — en zo leert men niet hoe de wereld werkt, maar wie men moet vrezen.
Nietzsche zou het genealogisch ontmaskeren als moraal die uit angst wordt geboren: wat men niet begrijpt, maakt men moreel beladen. De nacht wordt geen natuurverschijnsel meer, maar een ethische zone waarin gehoorzaamheid de plaats inneemt van vertrouwen. Rituelen — deuren sluiten, namen uitspreken, voorwerpen bedekken — fungeren niet als kennis, maar als kalmeringsmiddelen tegen het onbekende. In plaats van de duisternis te verkennen, wordt zij bezworen; in plaats van kracht te ontwikkelen, wordt voorzichtigheid verheven tot deugd uit vrees. Een cultuur die de nacht demoniseert, verraadt volgens hem niet de duisternis, maar haar eigen onzekerheid — want niet de nacht is gevaarlijk, maar een moraal die zonder angst geen houvast heeft.
