Soera 63:6 zegt: ‘God leidt de zondige mensen niet’. Tegenspraak: 16:93 zegt: ‘Hij leidt de mensen op een dwaalspoor’.
Wanneer men Quran 63:6 en Quran 16:93 naast elkaar zet, ontstaat er een duidelijke spanning. Het eerste vers stelt dat God de zondige mensen niet leidt, wat impliceert dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor hun toestand en dat God hen eenvoudigweg geen leiding geeft. Het tweede vers zegt echter dat God laat dwalen wie Hij wil, wat suggereert dat het dwalen van mensen uiteindelijk door God wordt veroorzaakt of bepaald.
Wanneer men deze uitspraken rechtstreeks en letterlijk leest, ontstaat er een probleem van logica en verantwoordelijkheid. Als God mensen actief laat dwalen, lijkt hun zondigheid niet volledig hun eigen keuze te zijn. Maar als mensen zondig zijn en daarom geen leiding krijgen, ligt de oorzaak van hun dwaling juist bij henzelf.
Het ironische is dat juist de poging om deze contradictie te redden — door het ene vers letterlijk en het andere figuurlijk te lezen — bevestigt wat men probeert te ontkennen: dat de uiteindelijke scheidsrechter niet de openbaring is, maar de lezer. Een werkelijk goddelijke boodschap zou niet afhankelijk moeten zijn van zulke acrobatiek om coherent te blijven.
Vragen:
Klopt het dat Quran 63:6 zegt dat God de zondige mensen niet leidt?
Betekent dit dat mensen eerst zondig handelen, en dat zij daarom geen goddelijke leiding ontvangen?
Als dat zo is, ligt de oorsprong van hun dwaling dan bij hun eigen keuze?
Klopt het ook dat Quran 16:93 zegt dat God laat dwalen wie Hij wil en leidt wie Hij wil?
Als God mensen laat dwalen, betekent dat dan dat hun dwaling uiteindelijk door God wordt bepaald?
Als God hun dwaling bepaalt, hoe kunnen zij dan volledig verantwoordelijk zijn voor die dwaling?
Als mensen verantwoordelijk zijn voor hun dwaling, waarom zegt het andere vers dan dat God hen laat dwalen?
Welke van de twee oorzaken is uiteindelijk beslissend: menselijke zondigheid, of goddelijke beslissing?
Als beide tegelijk waar zijn, hoe kan iemand moreel schuldig zijn aan iets dat door God bepaald is?
Als God zowel de leiding als de dwaling bepaalt, op basis waarvan worden mensen dan rechtvaardig beoordeeld?
Slotzin
Als een leraar eerst bepaalt wie zal slagen en wie zal zakken, en daarna de klas een examen laat maken, dan noemen we dat geen rechtvaardig onderwijs. We noemen dat een schijnvertoning. Een universum waarin een almachtige speler zowel de zetten bepaalt als het oordeel velt over de stukken op het bord, roept een eenvoudige vraag op: wie speelt hier werkelijk het spel? Want als elke zet uiteindelijk door dezelfde hand wordt bepaald, wordt schuld een illusie en rechtvaardigheid een toneelstuk.

