Koran: 16:15: “En Hij heeft op de aarde stevige bergen geplaatst, opdat zij niet met jullie zou beven [wankelen].
Er is iets ontroerend menselijks aan de neiging om in oude teksten een vooruitziende blik te willen ontdekken die hun auteurs nooit hebben gehad. Neem bijvoorbeeld die passage uit Koran (Soera An-Nahl 16:15), waarin wordt gesteld dat bergen op aarde zijn geplaatst “opdat zij niet met jullie zou beven”. Het is een zin die, wanneer men haar met voldoende welwillendheid leest, bijna aandoet als een poging tot geologie avant la lettre. Helaas, zoals zo vaak, bezwijkt deze interpretatie onder het gewicht van—ironisch genoeg—de bergen zelf.
Want wat vertelt de moderne geologie ons? Bergen houden de aarde niet op haar plek, maar ontstaan juist door botsingen tussen grote aardplaten. De Himalaya bijvoorbeeld, zijn geen rustgevende ballast die de aarde tot kalmte manen, maar is een rimpelend litteken van een nog altijd voortgaande botsing tussen India en Eurazië. Bergen zijn geen oplossing voor aardbevingen, maar juist een teken van de onrust in de aarde die de aarde laat trillen
Het idee dat bergen zijn “geplaatst” om de aarde te stabiliseren verraadt een wereldbeeld waarin de planeet een soort meubelstuk is—iets dat, als het wiebelt, eenvoudigweg met een paar strategisch geplaatste wiggen kan worden rechtgezet. Het is een kosmologie die beter past bij een timmerwerkplaats dan bij een bolvormige, roterende massa gesmolten gesteente en convectiestromen. En toch blijven er apologeten die, gewapend met halfbegrepen termen als “isostasie”, proberen deze passage te redden door te suggereren dat bergen diepe “wortels” hebben die de aardkorst verankeren.
Het is ironisch dat juist de gebieden met de hoogste bergen vaak de meeste aardbevingen hebben. Als bergen werkelijk bedoeld waren als goddelijke stabilisatoren, dan zou men kunnen zeggen dat het ontwerp op zijn best inefficiënt is en op zijn slechtst ronduit contra-productief.
Wat we hier dus zien, is geen wonder van vooruitziende kennis, maar een prachtig voorbeeld van hoe oude mensen de wereld probeerden te begrijpen met de middelen die ze hadden: observatie, verbeelding, en een flinke dosis aannames. Dat is op zichzelf geen schande. Wat wel problematisch wordt, is de moderne drang om metaforen om te zetten als wetenschappelijke taal.
Tot die tijd blijven bergen wat ze altijd al waren: indrukwekkend, gevaarlijk, en volstrekt onverschillig voor onze behoefte aan kosmische geruststelling.
Kritische vragen
Waarom vinden zware aardbevingen juist plaats in berggebieden? Bergen stoppen het beven blijkbaar niet.
Is dit vers bedoeld als natuurkundig statement, of als middeleeuwse poging om observaties begrijpelijk te maken.
Hoe rijmt dit vers met moderne geologische kennis over bergen die het gevolg zijn van aardbevingen?
Waarom vinden de zwaarste aardbevingen juist plaats in bergachtige gebieden zoals de Himalaya of de Andes?
Als bergen bedoeld waren om de aarde te stabiliseren, waarom “beven” ze dan zelf tijdens aardbevingen?
Als bergen de aarde stabiliseren, hoe verklaar je dan vulkanen en aardverschuivingen?
Stabiliserende bergen en vulkaanuitbarstingen: hoe rijmt u dat?
Bergen tegen het schudden, zijn ontstaan door het schudden. Hoe rijmt u dat?
Bergen die stabiliteit beloven, zijn geboren uit instabiliteit. Hoe verklaart u dat?”
Bent u bereid te accepteren dat de geologie het idee van ‘stabiliserende bergen’ tegenspreekt?
Als het een metafoor is, wat is dan de kernboodschap die men zou moeten begrijpen?
Is het rationeel om een boek uit de 7e eeuw als een natuurkundig handboek te interpreteren?
Kan een gebied zonder grote bergen stabieler zijn dan een bergachtig gebied? Zo ja, hoe past dat in uw interpretatie?
Hoe rechtvaardigt u het gebruik van een 7e-eeuws vers als bewijs voor natuurkundige principes?
Als bergen slechts literaire beeldspraak zijn, wie heeft er dan baat bij te geloven dat de aarde “stevig” verankerd is?
— Hint: meestal degenen die troost zoeken, niet degenen die feiten zoeken.
