Soera Az-Zumar (39:5): “Hij schiep de hemelen en de aarde in waarheid. Hij doet de nacht over de dag wikkelen en Hij doet de dag over de nacht wikkelen”
👉 Het vers stelt dat God de nacht over de dag “wikkelt” en de dag over de nacht. Dit is fysisch onhoudbaar. Nacht en dag zijn geen zelfstandige entiteiten die elkaar actief bedekken of oprollen; zij zijn het gevolg van de rotatie van de aarde. Er is niets dat de ene periode over de andere wikkelt of plooit.
Daarnaast impliceert het vers een actieve handeling achter een cyclisch natuurverschijnsel: alsof de dag en nacht bewust worden verplaatst of bedekt. In werkelijkheid volgt het licht van de zon een constante invalshoek op een draaiende planeet. Duisternis is niet iets dat beweegt; het is simpelweg de afwezigheid van licht.
Het beeld van wikkeling suggereert dat tijd, licht en duisternis manipulatieve, bijna tastbare objecten zijn, terwijl zij mechanische en voorspelbare fenomenen zijn. Er is geen actie, intentie of morele reactie die dit proces in gang zet. Het vers presenteert een poëtisch beeld alsof kosmische entiteiten handelen, terwijl de werkelijkheid volledig onpersoonlijk en wetmatig is.
Kortom: het idee dat nacht en dag elkaar wikkelen is letterlijk onjuist. Het vers presenteert natuurverschijnselen alsof zij actieve schepsels zijn, terwijl ze in werkelijkheid het gevolg zijn van draaiing en lichtinval, zonder enige bewuste interventie.
👉 Het Qur’an-vers dat beweert dat God de nacht over de dag “wikkelt” en de dag over de nacht, is een schoolvoorbeeld van poĂ«zie die zich voordoet als kosmologie. Nacht en dag draaien niet omdat iemand ze oprolt; zij draaien omdat de aarde roteert, onverschillig voor menselijke verbeelding of theologische verontwaardiging. Duisternis is geen materie die kan worden gewikkeld; het is simpelweg de afwezigheid van licht. Het universum kent geen intentie, geen moraal en geen noodzaak om cycli te orkestreren; wat hier wordt gepresenteerd als goddelijke actie is niets anders dan mythische beeldspraak vermomd als wetenschap. Wie dit letterlijk neemt, verwart theatrale retoriek met astronomie en mist elementaire logica.
Aforismen:Â
- “Het universum is natuurkunde, geen literatuur.”
- “Feiten vereisen meting, poĂ«zie vereist verbeelding.”
- PoĂ«zie vangt de beleving van de werkelijkheid, terwijl natuurwetten de werkelijkheid zelf reguleren.”
- “De kosmos is onderworpen aan causale wetmatigheden, niet aan creatieve interpretaties
- Nacht en dag worden niet “opgerold”; de aarde roteert gewoon.
- Duisternis is geen deken, het is afwezigheid van licht.
- Er is geen goddelijke hand die tijd of licht oprolt..
- Wie beweert dat de dag over de nacht wordt gewikkeld, kent noch astronomie noch logica.
- De hemel voert geen ritueel uit; wij draaien onder een zon die onverstoorbaar schijnt.
- Cycli zijn geen acteurs in een theater van God; ze zijn voorspelbare natuurverschijnselen.
- Licht en donker worden niet gemanipuleerd, zij zijn enkel perspectief en beweging.
- Het universum reageert niet op woorden of gebeden; alleen mensen doen dat.
