Almacht zonder aansprakelijkheid

Soera 2:253 ”Die boodschappers – sommigen van hen verhieven Wij boven anderen. Onder hen waren er tot wie Allah sprak, en Hij verhief sommigen van hen in aanzien. En Wij gaven Jezus, de Zoon van Maria, duidelijke bewijzen, en Wij ondersteunden hem met de Zuivere Geest. Als Allah het gewild had, zouden de generaties die hen opvolgden niet tegen elkaar gestreden hebben nadat de duidelijke bewijzen tot hen waren gekomen. Maar zij verschilden van mening, en sommigen van hen geloofden en sommigen van hen ongeloofden niet. En als Allah het gewild had, zouden zij niet tegen elkaar gestreden hebben, maar Allah doet wat Hij wil”.

 

Het vers dat u citeert — Qur’an 2:253 — bevat een duidelijke spanning die vaak naar voren komt wanneer men het logisch analyseert.

De tekst zegt in essentie drie dingen tegelijk:

  1. God had de macht om te voorkomen dat mensen elkaar bevochten.
  2. Mensen vochten toch met elkaar na “duidelijke bewijzen”.
  3. Uiteindelijk gebeurt alles omdat God doet wat Hij wil.

Vanuit een kritisch, logisch perspectief levert dat een probleem van verantwoordelijkheid op. Als een almachtige macht het had kunnen voorkomen, maar het niet deed, dan is het conflict niet slechts een menselijke tragedie — het is ook een toegelaten gebeurtenis. En als vervolgens wordt gezegd dat alles gebeurt omdat God doet wat Hij wil, dan lijkt het zelfs meer dan toelaten: het wordt impliciet onderdeel van het goddelijke besluit.

Daaruit ontstaan enkele scherpe vragen:

  • Als God werkelijk niet wilde dat mensen vochten, waarom voorkwam Hij het niet terwijl het vers zegt dat Hij dat wél kon?
  • Als Hij het wél wilde voorkomen maar het niet lukte, is Hij dan nog almachtig?
  • Als Hij het niet voorkwam omdat Hij dat zo wilde, waarom wordt de schuld dan volledig bij mensen gelegd?
  • Waarom zouden “duidelijke bewijzen” tot geloof moeten leiden als God tegelijkertijd toestaat dat mensen toch verdeeld raken?

In filosofische termen lijkt het vers te balanceren tussen twee verklaringen: menselijke vrije wil en goddelijke soevereiniteit. Maar het doet dat op een manier die de grenzen tussen beide vervaagt. Het resultaat is dat oorlog en religieuze verdeeldheid tegelijk worden voorgesteld als:

  • iets wat mensen zelf veroorzaken
  • én iets dat uiteindelijk gebeurt omdat God het zo wil

Voor een kritische lezer kan dat voelen als een theologische cirkel: wanneer mensen vrede bewaren, is dat goed geloof; wanneer ze oorlog voeren, blijkt dat ook binnen het plan te passen.

De kern van de kritiek is dus niet alleen moreel maar ook logisch: als een almachtige actor zowel het conflict kan voorkomen als toch laat gebeuren, en vervolgens zegt dat het gebeurt omdat Hij wil wat Hij wil, dan wordt het moeilijk om nog duidelijk te onderscheiden waar menselijke verantwoordelijkheid eindigt en goddelijke verantwoordelijkheid begint.

En precies daar begint het filosofische debat dat dit vers oproept.


Hitchens zou zeggen: Hier stuiten we op een van de oudste theologische trucs: een god die zowel de scheidsrechter als de spelmaker wil zijn. Eerst wordt ons verteld dat de Almachtige het conflict eenvoudig had kunnen voorkomen. Vervolgens lezen we dat het tóch gebeurde. En tenslotte wordt dit alles afgesloten met de geruststellende formule dat God nu eenmaal doet wat Hij wil. Dat is geen verklaring; het is een retorische ontsnappingsroute. Wanneer vrede heerst, prijst men de goddelijke leiding. Wanneer oorlog uitbreekt, blijkt dat eveneens binnen het plan te passen. Zo wordt de geschiedenis van menselijke bloedvergieten veranderd in een soort kosmisch theaterstuk waarin de regisseur elke uitkomst achteraf claimt. Het resultaat is een doctrine waarin verantwoordelijkheid naar beneden wordt gedelegeerd en macht naar boven wordt geclaimd — een perfecte constructie waarin de hemel nooit ongelijk kan krijgen, hoe chaotisch het toneel op aarde ook wordt.

 

  • Wie vrede predikt maar de oorlog verklaart wie twijfelt, verdedigt geen waarheid maar macht.

  • Als alles Gods wil is, dan is ook elke oorlog zijn handtekening.

  • Waar de hemel de strijd verklaart, verdwijnt de menselijke verantwoordelijkheid.

  • Als God vrede had gewild, waarom schreef hij dan oorlog in het script?

  • Als God verdeeldheid toestaat, waarom wordt de mens dan veroordeeld?

  • Als oorlog deel van het plan is, wat betekent dan nog vrede?

  • Wie de hemel verantwoordelijk maakt, ontslaat de mens van reflectie.

  • Als alles vooraf gewild is, wat blijft er over van keuze?

  • Waar almacht wordt gepredikt, verdwijnt vaak de logica.

  • Als God alles bestuurt, bestuurt Hij ook de rampen.

  • Wanneer het plan onbegrijpelijk wordt, heet dat plots heilig.

  • Wie elke uitkomst rechtvaardigt, verdedigt geen waarheid maar dogma.

  • Als verdeeldheid goddelijk is toegestaan, waarom wordt twijfel verboden?

  • Als God almachtig is, is ook elke oorlog zijn verantwoordelijkheid.

  • Als de hemel het conflict toestaat, waarom wordt de mens veroordeeld?

  • Wie strijd verklaart tot goddelijk plan, heeft de moraal al opgegeven.

  • Als God alles bestuurt, bestuurt hij ook de slachtvelden.

  • Wanneer oorlog heilig wordt genoemd, is rede al begraven.

  • Wanneer de hemel de strijd legitimeert, wordt vrede rebellie.

  • Wanneer alles vooraf bepaald is, waarom wordt ongeloof gestraft?

Vragen:

Als God duidelijke bewijzen zond, waarom bleef de wereld verdeeld?

Als de boodschap helder was, waarom werd zij dan zo verschillend begrepen?

Als God het conflict had kunnen voorkomen, waarom gebeurde het dan toch?

Als Hij het niet wilde voorkomen, waarom wordt de mens dan beschuldigd?

Als religie vrede brengt, waarom volgt er zo vaak strijd na openbaring?

Als geloof en ongeloof beide voorkomen na “duidelijke bewijzen”, hoe duidelijk waren die bewijzen werkelijk?

Als God alles kan voorkomen maar dat niet doet, is dat dan een plan — of een nalaten?

Als oorlog en verdeeldheid blijven bestaan ondanks openbaring, wat zegt dat over de kracht van openbaring?

Als de geschiedenis vol religieuze conflicten staat, waarom wordt dat dan zelden als probleem van religie zelf gezien?

Als het conflict was toegestaan, waarom wordt de mens dan volledig verantwoordelijk gehouden?

Als God doet wat Hij wil, hoe kan menselijke keuze dan werkelijk onafhankelijk zijn?

Als geloof en ongeloof beide binnen Gods wil vallen, waarom wordt ongeloof bestraft?