Het concept van jihad, zoals uitgelegd in de Encyclopedia of Islam (1960-1986) zegt;
“deze religie zou het hele universum moeten omhelzen, indien nodig door geweld. ”
Ibn Khaldun (1332 – 1406) was een islamitische geschiedfilosoof die zei; ”
De religieuze en universele missie van de moslims is de verplichting, iedereen tot de islam te bekeren, hetzij door overreding hetzij door geweld.
Muhammad al-Ghazālī (1058 – 1111) was een soennitische theoloog, en door sommige historici beschouwd als de meest invloedrijke moslim na de dood van de profeet zei;
“Iedereen moet minstens een keer per jaar jihad doen (dwz oorlogszuchtige aanvallen) … je kunt een katapult tegen hen gebruiken [niet-moslims] wanneer ze zich in een fort bevinden, ook al zijn er vrouwen en kinderen. Men kan hen in brand steken en/of verdrinken. … Als iemand van de Ahl al-Kitab [mensen van het boek: joden en christenen] tot slaaf wordt gemaakt, wordt zijn huwelijk [automatisch] ingetrokken en wordt zijn vrouw het rechtmatige eigendom van een moslim. Men mag hun bomen omhakken … Men moet hun nutteloze boeken vernietigen. Jihadisten mogen alles als buit nemen en zoveel voedsel stelen als ze nodig hebben.”
De eerste legitieme jihad na de dood van de Profeet, vond plaats toen Mohammeds opvolger, Abu Bakr, de vele Arabische stammen onderdrukte die zijn autoriteit verwierpen. Bakr’s onverzettelijke en oorlogszuchtige reactie op degenen die zijn bestuur weigerden, historisch bekend als de ridda (afvalligheid) oorlogen (632-33), effende de weg voor de Arabieren om de meeste gebieden grenzend aan het Arabische schiereiland aan te vallen en te veroveren: Irak, Syrië, Egypte, enz. Deze jihadistische veroveringen (van 634 tot ca. 740) transmuteerden het Midden-Oosten zowel taalkundige naar het Arabisch als religieus naar de islam (over een periode van eeuwen). .
Jihad (of heilige oorlog) wordt tegenwoordig door moslims gebruikt om uiteindelijk, niet-islamitische landen te transformeren. Het doel is dergelijke landen te besturen volgens de normen van de sharia, waar niet-moslims de keuze krijgen om zich tot de islam te bekeren of zich te onderwerpen aan een zware belasting (jizya) of sterven. En zoals soera 9:5 het zegt
”En wanneer de heilige maanden zijn verstreken, dood dan de polytheïsten waar je ze ook vindt en vang hen en omsingel hen en wacht hen in elke hinderlaag. Maar als zij zich bekeren, het gebed houden en de zakat betalen, laat hen dan gaan.”
Hoewel de wereld zich terecht zorgen maakt over het jihadistisch geweld, doen neoconservatieven, progressieve politici, de reguliere media, evenals katholieke leiders ons geloven dat dergelijke moordaanslagen slechts incidenten zijn veroorzaakt door fout geïnformeerde moslims. Consequentie hiervan is de ontkenning van de jihadistische doctrine als onderdeel van de islamitische heilige teksten. In een poging deze stelling te handhaven, is de islam vergeleken met het christendom als een religie die de menselijke waardigheid bevordert.
De waarheid ligt anders; Het christelijk geloof ziet iedereen, ongeacht ras, geslacht of status in de samenleving als gelijken. De islam daarentegen vraagt om religieuze, etnische en politieke zuiveringen, omdat niemand zo uitmuntend en rechtvaardig de wereld kan besturen, als de verheven dienaren van Allah.
De geruststellende gedachte dat het christelijk geloof en het islamitische geloof veel gemeen hebben is bedrieglijk.
Als gevolg hiervan zijn veel christenen in slaap gesust met de dreiging van de islam. Als ze het lot van christenen in Noord-Afrika, het Midden-Oosten en verschillende andere moslimregio’s willen vermijden, moeten ze beter begrijpen wat de islam echt leert.
