Hier is een heldere, academisch-nuchtere uitleg waarom Soera 39:6 (“Hij schiep voor jullie acht paren van vee”) door geleerden en moderne wetenschappers problematisch wordt gevonden.
De passage luidt (verkort):
خلق الثمانية أزواج من الأنعام
“Hij schiep de acht paren van het vee.”
De klassieke exegese (Tabari, Qurtubi, Ibn Kathir) zegt vrijwel unaniem dat dit verwijst naar:
- het schaap (ram + ooi)
- de geit (bok + geit)
- de kameel (mannelijk + vrouwelijk)
- het rund / koe (stier + koe)
Dat zijn acht individuen of vier soorten x twee geslachten = acht paren.
Het probleem is drievoudig: biologisch, taalkundig en exegetisch-structureel.
1. Biologisch probleem
De Koran presenteert deze vier diersoorten als het volledige vee dat Allah heeft geschapen (“al-an‘ām”). Maar:
Vee in de werkelijkheid (en in pre-islamitische Arabische context) omvat meer dan deze 4 soorten
Bijvoorbeeld:
- paarden
- ezels
- muildieren
- buffels
- waterbuffels
- alpaca’s
- lama’s
- yakken
- Bizons
Geen van deze vallen onder de “8 paren”.
Problematisch punt:
Het vers doet alsof de totale schepping van vee bestaat uit slechts vier soorten, terwijl deze in werkelijkheid veel breder is.
2. Taalkundig probleem
Het Arabische woord al-an‘ām betekent herkauwers/vee in brede zin — en in de Koran verwijst het expliciet naar een grotere groep dieren dan enkel 4:
- Soera 16:5 spreekt over “het vee dat jullie verwarming geeft, voedsel, en vele voordelen”
- Soera 16:8 noemt paarden, muildieren en ezels óók als schepping voor menselijke dienst.
→ Maar deze worden niet in de “acht paren” van 39:6 genoemd.
Problematisch punt:
De interne logica van de Koran spreekt zichzelf tegen:
- soms is an‘ām = een brede categorie,
- in 39:6 lijkt an‘ām = slechts vier soorten.
Geleerden moeten kiezen, maar beide keuzes geven problemen.
3. Interpretatie probleem
Het vers lijkt een verkorte verwijzing te geven naar een langer gedeelte uit Soera 6:143–144, waar vier soorten vee expliciet worden opgesomd.
Daar staat:
“Van de schapen twee…
Van de geiten twee…
Van de kamelen twee…
Van de runderen twee…”
Probleem:
In Soera 6 wordt dit niet gebruikt als beschrijving van álle vee, maar als onderdeel van een twistpunt tegen Arabische voedselwetten.
Maar in Soera 39:6 wordt deze beperkte opsomming gepresenteerd als “Hij schiep acht paren van het vee” — alsof dit de volledige schepping beschrijft.
Klassieke exegeten (Tabari, Qurtubi, Kathir) worstelen ermee:
- Tabari zegt dat dit “het vee is
dat de Arabieren kenden als offerdieren”, dus geen biologie.
- Qurtubi erkent dat er meer soorten vee bestaan, maar dat de Koran deze selectief noemt.
- Ibn Kathir zegt dat het “om vier soorten gaat, maar dit is slechts wat genoemd is”.
Problematisch punt:
De Koran lijkt een inheems biologische opsomming te verwarren met een algemene kosmologische uitspraak.
Geen school (klassiek of modern) van geleerden heeft een overtuigende oplossing.
- De acht paren komt niet overeen met de wereldwijde veebiologie
- De “acht paren” zijn Arabisch-tribale categorieën, geen universele schepping
- Het vers beschrijft de biologie van de Arabische 7e-eeuwse woestijn, niet de globale biologie.
- Genetisch: de acht paren kunnen onmogelijk de huidige genetische diversiteit verklaren.
- Demografisch/ecologisch: één paar per soort, onder de vele soorten is populationeel onhoudbaar.
- Reproductief: deze acht paren zou onvermijdelijk inteelt en verlies van aanpasbare variatie veroorzaken.
- Van de geiten bestaan er wereldwijd zo’n 200 geitenrassen, deze genetische variatie kan onmogelijk uit slechts een paar geiten zijn ontstaan. Hetzelfde met schapen, er zijn wereldwijd meer dan 900 schapenrassen die ook onmogelijk uit enkele schapen kunnen zijn ontstaan.
- Als het werkelijk een algemene beschrijving van vee als schepping was, dan moet men verklaren waarom:
- paarden ontbreken
- kippen ontbreken
- ezels ontbreken
- kamelen-achtigen buiten Arabië ontbreken
- enz.
