Goede vraag. Kort en concreet:
51:47 luidt in het Arabisch:
wa-s-samā’a banaynāhā bi-aydin wa innā la-mūsiʿūn
Het sleutelwoord is mūsiʿūn (van de wortel w-s-ʿ, “wijd/uitgebreid/ruim maken”).
Wat betekende het traditioneel?
In klassieke tafsīr (zoals al-Tabari, Ibn Kathir, al-Qurtubi) werd dit meestal uitgelegd als:
- “Wij hebben haar wijd gemaakt”
- “Wij zijn machtig/voorzien in overvloed”
- “Wij hebben haar ruim gemaakt”
Het werd niet expliciet gelezen als een voortdurende kosmologische expansie in moderne natuurkundige zin.
Wanneer verschijnt “expanding”?
De vertaling “We are expanding it” (dus: een voortgaand proces) verschijnt vooral in 20e-eeuwse vertalingen, na:
- Hubble’s ontdekking van de uitdijing van het heelal (1929)
- de ontwikkeling van de Big Bang-kosmologie
Daarna begonnen sommige vertalers het woord dynamischer te vertalen als:
- “We are expanding it”
- “We continue to expand it”
Taalkundig punt
Grammaticaal kan mūsiʿūn betekenen:
- “Wij maken ruim”
- “Wij verruimen”
- “Wij zijn verruimend”
Maar het impliceert niet noodzakelijk een technisch natuurkundig proces van kosmische expansie zoals in moderne kosmologie.
Conclusie
Het woord expansie in de zin van het uitdijende universum is geen oorspronkelijke klassieke interpretatie.
Die lezing is grotendeels achteraf geïnterpreteerd in het licht van moderne wetenschap.
Of dat een legitieme herlezing is of een retroactieve projectie — dat is vervolgens een filosofische kwestie.
Als u wilt, kan ik:
- de exacte Arabische grammaticale analyse uitschrijven,
- of klassieke vs. moderne vertalingen naast elkaar zetten.
