Soera 10:100

Als dit vers waar zou zijn, dan is morele verantwoordelijkheid een farce.

“Soera 10:100: ‘En het is voor geen enkele ziel mogelijk te geloven zonder de toestemming van Allah,

en Hij zal onreinheid brengen over hen die geen gebruik maken van hun verstand.’”

Lees het langzaam. Geloof is niet mogelijk zonder goddelijke toestemming. Tegelijkertijd wordt wie niet gelooft — of wie “zijn verstand niet gebruikt” — bestraft met onreinheid. Met andere woorden: toestemming wordt onthouden, en vervolgens wordt de afwezigheid van dat geschenk aangerekend.

Dat is geen theologie. Dat is morele chantage verpakt als openbaring.

Als geloof uitsluitend kan ontstaan met goddelijke toestemming, dan is ongeloof geen keuze maar een conditie. En wie een conditie creëert om die vervolgens te veroordelen, bedrijft geen rechtvaardigheid maar willekeur. De mens wordt in dit schema gereduceerd tot pion, terwijl de schuld volledig bij hem wordt gelegd. Dat is autoritarisme op kosmische schaal.

De tweede helft van het vers maakt het nog schrijnender. Wie zijn verstand niet gebruikt, wordt gestraft. Maar hoe verhoudt zich dat tot de eerste claim? Als toestemming van bovenaf vereist is om te geloven, wat is dan de rol van het verstand? Is het verstand beslissend, of is toestemming beslissend? Beide tegelijk kan niet zonder dat logica het begeeft.

Hier wordt een cirkelredenering heilig verklaard. Geloof is afhankelijk van goddelijke wil; wie niet gelooft heeft zijn verstand niet gebruikt; wie zijn verstand niet gebruikt verdient straf. De uitkomst staat al vast vóór het denkproces begint.

Dit is geen uitnodiging tot reflectie. Dit is een gesloten systeem waarin afwijking niet alleen fout is, maar bevlekt.

Het vers suggereert dat scepticisme geen intellectuele positie is, maar een morele tekortkoming. Dat ongeloof geen gevolg is van kritisch denken, maar van onreinheid. Daarmee wordt twijfel gecriminaliseerd en gehoorzaamheid verheven tot deugd.

Een god die toestemming moet geven om in hem te geloven, en vervolgens degenen straft die die toestemming niet ontvangen, eist geen liefde maar onderwerping. Dit is geen verheven mystiek; dit is absolute macht zonder verantwoordelijkheid.

Als een mens zo zou handelen — toegang blokkeren en vervolgens bestraffen voor het niet binnenkomen — zouden we het tirannie noemen. Wanneer het in heilige taal wordt gegoten, heet het rechtvaardigheid.

Maar woorden veranderen geen logica.

Een systeem dat geloof afhankelijk maakt van goddelijke toestemming, ontneemt de mens autonomie. Een systeem dat ongeloof vervolgens bestraft, ontneemt hem ook rechtvaardigheid.

Wat overblijft is geen morele orde, maar een gesloten machtssysteem dat zichzelf legitimeert.

En dat is geen bewijs van goddelijke wijsheid. Dat is de taal van autoriteit die niet getoetst wil worden.