The Tyranny of Divine Choice

Soera 10:107 ”Als Allah je met leed treft, is er niemand die het kan wegnemen behalve Hij; en als Hij het goede voor je wenst, is er niemand die Zijn gunst kan afwenden. Hij treft er wie Hij wil van Zijn dienaren.”

Dit vers is een rechtstreekse proclamatie van absolute macht over leven en leed. Het stelt dat elke pijn, elk ongeluk, elke ziekte, elk verlies niet toevallig is, maar een directe beslissing van een almachtige entiteit. Niet alleen dat, maar het vers sluit elke menselijke tussenkomst uit: er is niemand die kan ingrijpen, niemand die kan redden, niemand die kan beschermen. Medische wetenschap, empathie, solidariteit — allemaal ondergeschikt aan willekeurige goddelijke beschikking.

Het morele probleem is enorm: de wereld is gevuld met lijden, en dit vers legitimeert dat lijden als onweerlegbaar, onveranderlijk en absoluut rechtmatig. Als Allah beslist wie leed krijgt en wie zegen ontvangt, dan is rechtvaardigheid een willekeurig concept. Er is geen ethische basis voor kritiek, mededogen of hervorming, want alles valt onder een almachtige keuze.

Het vers vernietigt elk idee van universele bescherming of verantwoordelijkheid. Het is een filosofisch dodelijk statement: mensen zijn niet vrije wezens die hun lot kunnen beïnvloeden; ze zijn speelballetjes in een kosmisch spel, waar lof en veroordeling worden uitgedeeld op basis van ondoorgrondelijke grillen.

Kortom: dit vers is een theologische rationalisatie voor willekeurig lijden. Het verheft macht boven moraal, angst boven recht, en machteloosheid boven menselijke waardigheid. Het is een briljant voorbeeld van religieuze fataliteit — de ultieme afschaffing van ethische verantwoordelijkheid.

“Als elk lijden door God is bepaald, dan is barmhartigheid optioneel, rechtvaardigheid irrelevant en menselijke waardigheid een kosmische bijzaak.”


Het vers legt een volledig deterministische visie op het lijden van de mens op: Allah beslist wie leed krijgt en wie geluk ontvangt, en geen enkele menselijke tussenkomst kan dat beïnvloeden. Dit idee is verwoestend voor individuele verantwoordelijkheid en kritisch denken. Het legitimeert lijden als onvermijdelijk en onbetwistbaar, terwijl slachtoffers worden gedwongen hun nood te accepteren als goddelijke wil.

Sociaal-politiek bekeken, creëert dit een samenleving waarin passiviteit wordt beloond en actie ontmoedigd. Wie lijdt, kan niet protesteren; wie macht bezit, hoeft geen verantwoording af te leggen. Het vers is niet alleen theologisch problematisch, het versterkt een cultuur van machteloosheid en onderwerping, waarin kritiek op sociale ongelijkheid of wreedheid als rebellie tegen de goddelijke orde wordt bestempeld.

Kortom: het vers is een instrument van psychologische en sociale controle, dat menselijk initiatief en ethische verantwoordelijkheid systematisch ondermijnt.


  •   Wanneer lijden door God is verordend, wordt verzet ketterij en verdwijnt de menselijke verantwoordelijkheid uit de wereld.
  • Het vers legitimeert passiviteit tegenover lijden: slachtoffers worden gestraft of getroffen “omdat God het wil”, waardoor menselijke solidariteit en mededogen worden ondermijnd.
  • Het ontkent individuele vrijheid en verantwoordelijkheid: als alles al bepaald is door een almachtige entiteit, is elke menselijke actie uiteindelijk zinloos of alleen bedoeld om God te gehoorzamen.
  • Het versterkt autoritaire structuren: leiders kunnen lijden en onrecht rechtvaardigen als “goddelijke wil”, waardoor mensen geen rechtvaardigheid kunnen opeisen.
  • “Wanneer God bepaalt wie lijdt, verdwijnen mensenrechten, wordt moed bestraft en wordt gehoorzaamheid de enige overlevingsstrategie.”