Bismillah: Het Ritueel van Morele Zelfverheerlijking

Elke Soera (met één uitzondering) begint met deze lofprijzing: Allah is barmhartig, genadevol, zachtmoedig. Hitchens zou het waarschijnlijk met een mix van ironie en directe confrontatie zeggen: “Ah, een god die zichzelf voortdurend prijst om zijn deugden — dat is verrassend geruststellend. Vooral als je bedenkt dat hetzelfde boek vol passages staat waarin dezelfde god brandstapels, martelingen en massale bloedbaden beveelt.”

Het patroon is overduidelijk: ritueel, voorspelbaar, herhalend. Het creëert een constante framing van het goddelijke als goed, mild en liefdevol, ongeacht de inhoud die volgt. Het is een psychologisch trucje: begin met barmhartigheid en genade, en de lezer of luisteraar zal geneigd zijn de rest van de boodschap door die lens te bekijken. Zelfs als de daaropvolgende verzen oorlog, straf of intolerantie beschrijven, wordt het ingekaderd als deel van een almachtige, rechtvaardige “barmhartigheid”.

Hitchens zou hier waarschijnlijk opmerken dat dit typisch is voor religieuze teksten: het gebruik van herhaling en ritueel om een moreel aura te creëren, terwijl de praktische consequenties van de boodschap vaak een stuk duisterder zijn. Het is propaganda in poëtische vorm: een constante bevestiging van de goedheid van de auteur — of in dit geval, de goddelijke auteur — ongeacht wat de inhoud werkelijk zegt.

Er is ook een interessante spanning: hoe kan een god die zo barmhartig en genadevol is, tegelijkertijd wetten voorschrijven die lijfstraffen, doodstraffen en slavernij rechtvaardigen? Voor Hitchens zou dit de kern van religieus cynisme zijn: het ritueel van de lofprijzing geeft een aura van ethische superioriteit, maar de daadwerkelijke teksten tonen menselijke morele inconsistentie en historische brutaliteit.

Kortom, de formule is elegant, geruststellend, en religieus krachtig — maar kritisch gezien, vooral in Hitchens’ stijl, is het een vorm van morale framing en retorische manipulatie: de goddelijke “barmhartigheid” wordt continu herhaald om het onvermijdelijke geweld, de straffen en de controverse te omhullen.

Hitchens zou waarschijnlijk droog opmerken: “Het is barmhartig, zegt de god, net voordat hij bevolen heeft een volk te vernietigen. Herhaal de mantra, en je voelt je weer gerust.”